Verlaagd Opklimmend Tarief

Het verlaagd opklimmend tarief

Welke vennootschappen genieten van het verlaagd tarief?

Even het geheugen opfrissen: sedert het aanslagjaar 2004 bedraagt het normale tarief 33%.  Verhoogd met de 3% crisisbijdrage komt dit neer op 33,99%. Er bestaat ook een verlaagd opklimmend tarief.

Belastbare grondslag    Tarief

Belastbare grondslag          Tarief
Van 0 tot 25.000                24,25%
Van 25.001 tot 90.000        31,00%
Van 90.001 tot 322.500      34,50%

De vermelde tarieven zijn exclusief de aanvullende crisisbijdrage.

Om te kunnen genieten van het verlaagd opklimend tarief moet men voldoen aan een aantal voorwaarden:

- de belastbare basis mag niet meer bedragen dan 322.500 euro
- geen financiële vennootschap zijn : vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50% van het kapitaal en de belaste reserves.  Aandelen die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, moeten niet meegeteld worden.
- De aandelen van de vennootschap mogen voor niet meer dan 50% in handen zijn van andere vennootschappen.
- Er mag geen dividend uitgekeerd worden dat groter is dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het boekjaar.
- Geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort.
- Beleggingsvennootschappen en vennootschappen gevestigd in een tewerkstellingszone zijn ook uitgesloten
- De vennootschap moet ten minste aan één van de bedrijfsleiders een bepaalde minimumbezoldiging toekennen.  Deze minima zijn de volgende :

- aanslagjaar 2006 30.000
- aanslagjaar 2007 33.000
- aanslagjaar 2008 36.000

De bezoldiging moet worden toegekend aan natuurlijke personen.  Bezoldigingen toegekend aan andere vennootschappen tellen niet mee.
Men moet hierbij rekening houden met het deel van de onroerende inkomsten dat tot beroepsinkomsten wordt geherkwalificeerd alsook met de voordelen van alle aard die in hoofde van de bedrijfsleider belastbaar zijn.
Ook de tantiemes die nav de bestemming van het resultaat aan de bedrijfsleiders worden toegekend komen in aanmerking.
Dus, op het einde van het boekjaar, kan men de reeds toegekende bezoldiging aanvullen met een tantieme om alzo aan de minimumgrens te komen.

De minimumbezoldiging wordt niet verhoogd of verlaagd naar gelang het boekjaar langer of korter is dan 12 maanden.

Er is wel nog een gunstregel voor de kleine vennootschappen.
Het is immers niet steeds mogelijk om een bezoldiging van minstens 30.000 Ä toe te kennen aan ten minste één bedrijfsleider.
Wanneer de hoogste bezoldiging die de vennootschap toekent aan één van haar bedrijfsleiders minder bedraagt dan 30.000 Ä blijft de vennootschap genieten van het verlaagd opklimmend tarief op voorwaarde dat de bezoldiging ten minste gelijk is aan het belastbare inkomen van de vennootschap.

Voorbeeld : De bezoldiging bedraagt 15.000 Ä terwijl de belastbare basis 10.000 Ä bedraagt.  De vennootschap geniet van het verlaagd opklimmend tarief.
Indien de bezoldiging 15.000 Ä bedraagt terwijl de belastbare basis 16.000 Ä bedraagt dan is de vennootschap uitgesloten.

Marc Forceville
Accountant-Belastingconsulent 

klik om te downloaden

U kan dit artikel ook downloaden

Nieuws

Over de aftrekbaarheid van cateringkosten was er lang discussie. Zijn het kosten van onthaal en dus gedeeltelijk aftrekbaar. Of reclamekosten en 100 % aftrekbaar. De minister stelt zich soepel op. De cateringkosten voor een publicitair event zijn nu volledig aftrekbaar.

Inkomsten uit onroerende goederen die eigendom zijn van een Belg worden in BelgiŽ belast. Ook als het goed in het buitenland ligt. Probleem is dat de buitenlandse goederen anders belast worden dan de Belgische. Het Europees Hof van Justitie vindt dat een ongelijke behandeling en veroordeelt ons land. BelgiŽ zal zijn wetgeving moeten aanpassen.

Op 1 mei 2018 trad het hervormde insolventierecht voor ondernemingen in werking. En, voortaan vallen ook de vrije beroepers hieronder. De bescherming van de eigenheid van het vrij beroep is geregeld. Als in hoofde van een schuldenaar die een vrij beroep uitoefent een insolventieprocedure wordt geopend, moet er een bijkomende insolventiefunctionaris worden aangesteld die dezelfde beroepsactiviteit uitoefent als de schuldenaar.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief