DE NIEUWE VLAAMSE SCHENKINGSRECHTEN

Wettelijk kader

Het Vlaams Decreet van 19 december 2003 - in werking sinds 1 januari 2004 - wijzigt het schenkingsrecht in Vlaanderen.

Tariefherschikking : art 131 W.Reg

Tot voor 1 januari 2004 werden de schenkingen van zowel roerende als onroerende goederen belast volgens de tarieven hierna vermeldt :

SCHIJVEN Rechte lijn en
Tussen echtgenoten
0 tot 12.500 EUR           3%
12.500 tot 25.000 EUR           4%
25.000 tot 50.000 EUR           5%
50.000 tot 100.000 EUR           7%
100.000 tot 150.000 EUR         10%
150.000 tot 200.000 EUR         14%
200.000 tot 250.000 EUR         18%
250.000 tot 500.000 EUR         24%
Daarboven         30%


SCHIJVEN Tussen broers en zusters Tussen ooms of
tantes en neven en nichten Tussen andere
personen
0 tot 12.500 EUR          20%               25%               30%
12.500 tot 25.000 EUR          25%               30%               35%
25.000 tot 75.000 EUR          35%               40%               50%
75.000 tot 175.000 EUR          50%               55%               65%
Daarboven          65%               70%               80%

Deze tarieven gelden per schenking en per begiftigde.

Deze tarieven gelden voortaan in het Vlaamse Gewest nog steeds voor de schenking van onroerende goederen. (art 131 §1 W. Reg)

In §2 van art 131 W. Reg zijn voortaan de nieuwe tarieven terug te vinden voor schenking van roerende goederen.
Het betreft hier niet langer een progressief tarief maar een vlak tarief.

Vanaf 1 januari 2004 zijn in het Vlaamse Gewest volgende tarieven van toepassing :

- 3% voor schenkingen in de rechte lijn en tussen echtgenoten
- 7% voor schenkingen aan andere personen

Afschaffing discriminatie tussen echtgenoten en samenwonenden

De Vlaamse Regering schaft de discriminatie tussen echtgenoten en samenwonenden in het schenkingsrecht af.
Worden bijgevolg voortaan voor de toepassing van de Vlaamse schenkingsrechten gelijkgesteld met echtgenoten :

• de wettelijke samenwoner, dit is de persoon die op de dag van de schenking, overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, met de schenker wettelijk samenwoont
• de feitelijke samenwoner, dit is de persoon die op de dag van de schenking ten minste 1 jaar ononderbroken met de schenker samenwoont en er een gemeenschappelijke huishouding mee voert.

Forfaitaire vaststelling belastbare grondslag bij vruchtgebruik en blote eigendom

Het basisprincipe, dat het schenkingsrecht berekend wordt op de verkoopwaarde van de geschonken goederen, blijft behouden.

Het Wetboek Registratierechten voorzag tot op heden niet in een bijzondere methode voor het berekenen van de waarde van het vruchtgebruik of de blote eigendom van roerende goederen.
Daarin wordt thans in Vlaanderen verandering gebracht.

Aangezien men verwacht dat het aantal schenkingen van roerende goederen, desgevallend opgesplitst naar vruchtgebruik en blote eigendom, door het invoeren van de sterk verlaagde en vlakke tarieven, zal toenemen, was het aangewezen een bijzondere berekeningsmethode te voorzien die de kans op betwistingen tussen de Administratie en de belastingplichtigen tot een minimum herleidt.
De bijzondere berekeningsmethode die het Wetboek voorziet voor onroerende goederen, en die gebaseerd is op een reële of geschatte huuropbrengst is voor roerende goederen niet erg bruikbaar.
Het schatten van de huurwaarde van roerende goederen is niet evident.
Daarom wordt geopteerd de jaarlijkse opbrengst van de roerende goederen forfaitair te bepalen op 4% van de waarde in volle eigendom.
Dezelfde methode wordt trouwens gehanteerd voor de berekening van successierechten.
Die forfaitaire opbrengst wordt vervolgens hetzij vermenigvuldigd met een coëfficiënt bepaald in functie van de leeftijd van de vruchtgebruiker wanneer het over een levenslang vruchtgebruik gaat, hetzij gekapitaliseerd aan 4% wanneer het over een tijdelijk vruchtgebruik gaat.

Naar analogie met de onroerende goederen wordt ook voorzien dat de belastbare grondslag bij schenkingen, waarbij de schenker zich het vruchtgebruik voorbehoudt, bepaald wordt op de verkoopwaarde van de volle eigendom.
Op die manier wordt voorkomen dat de belastbare grondslag, doordat de schenker zich een al dan niet geveinsd vruchtgedbruik voorbehoudt, al te gemakkelijk kan worden gereduceerd.

Progressievoorbehoud inzake schenkingsrechten beperkt tot schenking van onroerende goederen

Art 137 W. Reg wordt in belangrijke mate gewijzigd.
Krachtens deze bepaling wordt - in het geval een schenking gevolgd wordt binnen de 3 jaar door een nieuwe schenking tussen dezelfde partijen - de belastbare grondslag die voor heffing van de schenkingsrechten van de chronologische eerste schenking gevoegd bij de grondslag van de latere schenking.
Uiteraard wordt de eerste schenking niet opnieuw belast.
Het systeem veroorzaakt wel een opduweffect waardoor de belastbare grondslag van de latere schenkingen in hogere tariefschalen terecht komt en zodoende de schenking fiscaal duurder maakt.
Dit effect wordt ook het progressievoorbehoud genoemd.

Door een wijziging aan art 137 W. Reg. Speelt het progressievoorbehoud nog enkel bij schenkingen van onroerende goederen die mekaar snel in de tijd (binnen de 3 jaar) opvolgen.

Er zal in Vlaanderen niet langer een progressievoorbehoud zijn bij :

• schenking van een roerend goed gevolgd door een schenking van een ander roerend goed
• schenking van een roerend goed gevolgd door een schenking van een onroerend goed
• schenking van een onroerend goed gevolgd door een schenking van een roerend goed

Het betreft hier een belangrijke troef in het voordeel van de notariële schenkingsakte tegen verlaagd tarief van roerende goederen.
Partijen kunnen dus naar hartelust meerdere schenkingen doen die zich kort in de tijd opvolgen en hoeven dus de 3-jaarstermijn niet af te wachten.

Afschaffing van het progressievoorbehoud inzake scuccessierechten

De wijziging aangebracht aan het art 66bis W. Succ. is zeer belangrijk.
Dit artikel regelt het progressievoorbehoud in het successierecht.
De waarde van een schenking die plaatsvond binnen de 3 jaar voor het overlijden wordt immers opnieuw bij het actief gevoegd in de nalatenschap en heeft een opduweffect waardoor de nalatenschap mogelijks in een hogere tariefschijf terechtkomt en dus zwaarder belast wordt.
Om dit te vermijden heeft de Vlaamse wetgever in een uitdrukkelijke vrijstelling voorzien.
Art 66bis W. Succ. Werd herschreven en stipuleert thans dat het in dit artikel geregeld progressievoorbehoud niet geldt voor de schenking van roerende goederen waarop het in art 131§2 W. Reg. Bepaalde verlaagd evenredig recht (3% of 7%) werd geheven.

Deze wijziging is enorm belangrijk naar de praktijk toe.
Ze heeft immers voor gevolg dat een overlijden van de schenker binnen de 3 jaar na realisatie van de notariële schenking van het roerend goed geen enkel fiscaal nadelig effect meer heeft op de sucessierechten (in tegenstelling  tot de handgift en de schenking voor Nederlandse notaris die bij gebrek aan heffing van schenkingsrecht bij een overlijden binnen de 3 jaar aanleiding geven tot een taxatie in het successierecht).

Een cijfervoorbeeld :

De Heer Janssens heeft een roerend vermogen van 750.000 Euro.  Hij doet een schenking aan zijn kind van 500.000 Euro.
De heffing bedraagt : 500.000 x 3% = 15.000 Euro

Indien de Heer Jansens komt te sterven binnen de 3 jaar na de schenking wordt zijn nalatenschap als volgt belast in het successierecht :
Het resterend actief bedraagt 250.000 Euro waarop in totaal 19.500 Euro successierechten moeten betaald worden (50.000 x 3% = 1.500 en 200.000 x 9% = 18.000)

Mocht het progressievoorbehoud wel spelen dan zou de heffing in het successierecht er als volgt uitzien :
Het resterend actief van 250.000 Euro zou dan meteen belast worden in de hoogste schijf, zijnde 27%, wat een bedrag van 67.500 Euro aan successierechten betekent.
De afschaffing van het progressievoorbehoud levert dus een belastingbesparing in het successierecht op van 48.000 Euro (67.500 - 19.500)

Een notariële schenkingsakte, met betaling van 3% of 7%, is dus bij hoge leeftijd of wankele gezondheid van de schenker te prefereren boven een handgift of schenking voor Nederlandse notaris.

Gevolgen voor de handgift of schenkingen voor Nederlandse notaris

Een schenking van een roerend goed kan nog steeds gerealiseerd worden via de traditionele handgift.
Maar aan een handgift kan men geen voorwaarden koppelen (bvb verbod tot vervreemding, beding van terugkeer, voorbehoud van vruchtgebruik, enz...).
Vandaar dat, indien men aan de schenking dergelijke voorwaarden wou koppelen, men zijn toevlucht moest zoeken in een schenking voor Nederlandse notaris.
Aandelen op naam kunnen ook niet het voorwerp van een handgift uitmaken.

Bij een schenking voor Nederlandse notaris beschikt men over een vaste datum en over een notariële akte waarin alle voorwaarden van de schenking worden vastgelegd.
Indien er geen overlijden plaatsvindt binnen de 3 jaar na de handgift of schenking voor Nederlandse notaris is de schenking meteen gerealiseerd aan 0%!!!
Voor schenkingen van belangrijke bedragen zijn deze methoden nog steeds te overwegen.
Indien er echter wel een overlijden plaatsvindt binnen de 3 jaar na de realisatie van de handgift of schenking voor Nederlandse notaris dan wordt de schenking opnieuw bij de nalatenschap gevoegd en moeten de  successierechten (meestal 27%) betaald worden.

De mogelijkheid bestaat wel om een schenking te realiseren voor Nederlandse notaris en indien de schenker binnen de 3 jaar ernstig ziek zou worden alsnog te kiezen voor een notariële schenking tegen 3% of 7%.

Eventueel kan men ook reeds uitgevoerde handgiften waarvan de 3-jaarlijkse periode nog niet verstreken zijn en in het geval dat de schenker inmiddels ernstig ziek geworden is, regulariseren door een notariële schenking tegen 3% of 7%.

Kan men bij een schenking voor Nederlandse notaris het effect van een overlijden binnen de 3 jaar niet verzekeren?

Het belangrijkste nadeel van een schenking voor Nederlandse notaris is dat, indien er een overlijden plaatsvindt binnen de 3 jaar nadat de schenking werd uitgevoerd, de schenking opnieuw bij de nalatenschap gevoegd wordt en er successierechten moeten betaald worden.

Het is echter mogelijk om dit risico uit te sluiten via het afsluiten van een verzekering.
Hierbij verzekert men het bedrag van de eventueel te betalen successierechten bij een overlijden binnen de 3 jaar.
De kostprijs van dergelijke verzekering hangt af van de leeftijd en gezondheidstoestand van de verzekerde maar schommelt meestal tussen 0,5% en 1% van het bedrag van de schenking.

Concrete vragen of plannen?

Indien U vragen heeft ivm met één of ander aspect van vermogens- of successieplanning kan U steeds een afspraak maken om dit samen met ons te bespreken.
Wij staan klaar om U in deze materie verder te adviseren.

Marc Forceville
Accountant-Belastingconsulent