Forfaitaire beroepskosten: hoger forfait voor werknemers

Wie beroepskosten wil aftrekken, kan er voor kiezen om zijn werkelijke beroepskosten te bewijzen of het beroepskostenforfait af te trekken. Het forfait bestaat uit vaste percentages die dalen naar gelang het inkomen stijgt. In 2015 en 2016 worden deze percentages voor werknemers in twee fases opgetrokken. Ook de bedragen waarop de percentages worden toegepast, worden licht verhoogd. Een overzicht.

Stand van zaken voor aanslagjaar 2015 (inkomsten 2014)

Bedragen en percentages voor aanslagjaar 2015:

28,70 % op de  eerste schijf tot 5.710,00 euro

10,00 % op de tweede schijf tot 11.340,00 euro 

5,00 % op de derde schijf tot 18.880,00 euro

3,00 % op de vierde schijf boven 18.880,00 euro

Het absolute maximum bedraagt 3.950,00 euro.

Fase 1: bedragen en percentages voor aanslagjaar 2016

Voor werknemers worden niet enkel de bedragen geïndexeerd. Zij krijgen vanaf aanslagjaar 2016 (inkomsten 2015) een hoger forfait doordat het percentage van hun aftrek stijgt en de bedragen (los van de indexering) licht worden verhoogd. 

29,35 % op de  eerste schijf tot 5.760,00 euro

10,50 % op de tweede schijf tot 11.380,00 euro

8,00 % op de derde schijf tot 19.390,00 euro

3,00 % op de vierde schijf boven 19.390,00 euro

Het absolute maximum bedraagt 4.090,00 euro.

Fase 2: bedragen en percentages voor aanslagjaar 2017

In 2017 worden de basisbedragen en de percentages nogmaals verhoogd. De vroegere derde schijf valt hier weg.

30,00 % op de  eerste schijf tot 5.800,00 euro

11,00 % op de tweede schijf tot 19.850,00 euro

3,00 % op de derde schijf boven 19.850,00 euro

Het absolute maximum bedraagt 4.210,00 euro.

Wat bespaart u: een voorbeeld

Stel een werknemer die 25.000 euro inkomen heeft, waarop hij het beroepskostenforfait wil toepassen:

Voor aanslagjaar 2015 bedraagt het forfait:

28,70 %  op 5.710,00 euro = 1.638,77  euro

10,00 % op 5.630,00 euro (11.340 - 5.710) = 563,00 euro

5,00 % op 7.540,00 euro (18.880 - 11.340) = 377,00 euro

3,00 % op 6.120,00 euro (25.000 - 18.880) = 183,60 euro

Totaal = 2.762,37 euro

Voor aanslagjaar 2016 bedraagt het forfait:

29,35 % op 5.760,00 euro = 1.690,56 euro

10,50 % op 5.620,00 euro = 590,10 euro

8,00 % op 8.010,00 euro = 640,80 euro

3,00 % op 5.610,00 euro = 168,30 euro

Totaal = 3.089,76 euro

Een werknemer heeft dus forfaitair iets meer dan 300 euro aftrek van beroepskosten. Aan een progressief tarief van 50 % levert dat een belastingbesparing op van 150 euro.

Voor aanslagjaar 2017 bedraagt het forfait:

30,00 % op 5.800,00 euro  = 1.740,00 euro

11,00 % op 14.050,00 euro = 1.545,50 euro

3,00 % op 5.150,00 euro =  154,50 euro

Totaal = 3.440,00 euro

Vrije beroepers

Voor vrije beroepers blijven de percentages van 2014 gelden. De bedragen worden wel geïndexeerd. Hieronder de bedragen voor aanslagjaar 2015 (en tussen haakjes de geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2016):

28,70 % op de  eerste schijf tot 5.710,00 euro (5.730) 

10,00 % op de tweede schijf tot 11.340,00 euro (11.380) 

5,00 % op de derde schijf tot 18.880,00 euro (18.940)

3,00 % op de vierde schijf boven 18.880,00 euro (18.940)

Nieuws

De manier waarop de gratis ter beschikking stelling van een woning aan een werknemer of bedrijfsleider wordt gewaardeerd, ligt al lang onder vuur. De regering heeft nu aangekondigd de regels aan te passen. De waarde wordt berekend met de nieuwe formule: KI ◊ 100/60 ◊ 2.

Het btw-boetesysteem krijgt een facelift. Bij bepaalde eerste inbreuken te goeder trouw wordt de boete vanaf nu automatisch kwijtgescholden. Om dit mogelijk te maken heeft de fiscus een interne instructie aangepast. Het WBTW en de bijhorende KBís worden niet gewijzigd.

In principe zijn kosten aftrekbaar in het jaar waarin ze zijn gemaakt of gedragen. Door de hervorming van de vennootschapsbelasting komt daar verandering in voor de kosten die eigenlijk betrekking hebben op een ander boekjaar.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief