Betere compensatie bij hinder door werken voor handelaars in Brussel

Moeilijke toegang voor leveranciers en klanten, verminderde zichtbaarheid, lawaai, …het zijn maar enkele voorbeelden van overlast tijdens openbare werken. Maar, voor handelaars in Brussel die hinder ondervinden van openbare werken, is er goed nieuws. Sinds 25 maart 2019 kunnen zij rekenen op een vergoeding tot wel 2.700 euro.

Verschillende tegemoetkomingen bij openbare werken

Sinds de Zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor de toekenning van de inkomenscompensatievergoeding aan ondernemers die door werken 'op het openbaar domein' omzet verliezen of zelfs hun activiteiten moeten staken.
Handelaars in Brussel kunnen bij openbare werken terugvallen op verschillende compensatiemechanismen:

een federale inkomenscompensatievergoeding van 73,30 euro vanaf de 8e dag van de sluiting (wet van 3 december 2005)

een Brussels kaskrediet (besluit van 13 november 2008 maar tot op heden nooit gebruikt)

een nieuwe Brusselse schadeloosstelling (besluit van 14 februari 2019)

Voor wie?

De nieuwe Brusselse schadeloosstelling richt zich tot kleine ondernemingen en handelszaken (minder dan 10 voltijdse personeelsleden) die op of aan het terrein van een 'werffase van niveau 2' liggen. 'Werven van niveau 1' zijn gecoördineerde werven met minstens één fase waarbij het autoverkeer of het openbaar vervoer in minstens één rijrichting onderbroken is gedurende ten minste 15 opeenvolgende kalenderdagen. Vanaf 29 opeenvolgende kalenderdagen is er sprake van een 'werf van niveau 2'.

De hoofdactiviteit van de begunstigden moet voorkomen in het overzicht van de toegelaten sectoren. Dit overzicht is opgenomen in het Belgisch Staatsblad van 26 februari 2019: zie http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2019/02/26_1.pdf#Page727.

Bedrag van de forfaitaire vergoeding

De vergoedingen zijn forfaitair en van toepassing in het hele gewest. Ook bij werken aan gemeentewegen, en ongeacht wie de bouwheer is.

De forfaitaire schadevergoeding bedraagt voor handelszaken met:

minder dan 2 voltijdse personeelsleden (VTE) in dienst = 2.000 euro

2 tot 5 VTE's in dienst = 2.350 euro

5 tot 10 VTE's = 2.700 euro

Brussel Economie en Werkgelegenheid

De kleinhandelaars moeten de schadevergoeding aanvragen bij Brussel Economie en Werkgelegenheid (BEW) van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. BEW zal een standaardformulier op haar website ter beschikking stellen vanaf 25 maart 2019. In dit standaardformulier worden de bijlagen vermeld die bij de aanvraag moeten gevoegd worden.

De aanvraag van een vergoeding kan na 6 maanden worden hernieuwd als de werken nog aan de gang. De detailhandelaar kan ten vroegste 180 dagen na de datum van ontvangst van de vorige vordering een nieuwe schadeclaim indienen.

Als het aanvraagdossier volledig is, zal BEW bevestigen of u recht hebt op een vergoeding. De schadevergoeding wordt in één schijf uitbetaald.

Vanaf wanneer?

Het nieuwe besluit is op 25 maart 2019 in werking getreden en is ook van toepassing op alle dossiers met betrekking tot bouwplaatsen op de openbare weg die niet beëindigd zijn op die datum.

Vrijgesteld van belastingen

Gewestelijke compensatievergoedingen verkregen sinds 1 januari 2018 worden vrijgesteld van belastingen. De vrijstelling geldt zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Compensaties in de andere gewesten?

Voor Vlaanderen (decreet van 15 juli 2016 voor werken die gestart zijn ná 1 juli 2017): kleine ondernemingen met maximum 9 werknemers (uitzendkrachten niet meegerekend) kunnen een hinderpremie aanvragen (vast bedrag van 2.000 euro) en een sluitingspremie (80 euro per sluitingsdag) vanaf de 22ste kalenderdag van de sluiting. Dossier indienen bij het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (Vlaio).

Voor Wallonië (wet van 3 december 2005): inkomenscompensatievergoeding voor slachtoffers van hinder ten gevolge van openbare werken op het openbaar domein. Dossier indienen bij de Société Wallonne de financement et de garantie des petites et moyennes entreprises (Sowalfin).

Nieuws

Europese Richtlijnen verplichten Belgische vennootschappen, maar ook Belgische vzw’s, stichtingen en trusts aan te geven wie er écht achter de vennootschap, vzw, … zit. Zij moeten aan de overheid doorgeven wie de uiteindelijke begunstigde is (UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner). Die gegevens komen terecht in het UBO-register.

Bent u bestuurder? Doet u dat dan in eigen persoon of via een vennootschap? De fiscus houdt niet zo van managementvennootschappen en als het tot een rechtszaak komt, zijn rechters blijkbaar ook niet zo’n fans. Maar het Hof van Cassatie heeft onlangs toch een grens getrokken aan dat wantrouwen.

De afgelopen jaren onderging de fiscaliteit van de bedrijfswagen – de wagen die een werknemer of bedrijfsleider ter beschikking krijgt van zijn onderneming – heel wat wijzigingen. Met de hervorming van de vennootschapsbelasting wordt er nog maar eens een hoofdstuk toegevoegd aan het verhaal en dit keer gaat het over de zogenaamde “valse hybrides”.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief