Geregistreerde kassa voor horeca eindelijk in werking

Op 1 januari is het geregistreerd kassasysteem (GKS) voor de horeca eindelijk in werking getreden. Het ideale moment om het systeem nog eens toe te lichten. In deze bijdrage focussen we op de vraag welke horeca-uitbaters er nu precies moeten meewerken.

De 10 %-regel bepaalt welke horeca-exploitanten aan het GKS zijn onderworpen

De geregistreerde kassa moet worden gebruikt door horeca-uitbaters die 'regelmatig' maaltijden verstrekken. Dus niet alle horeca-gelegenheden moeten het gebruiken. U merkt meteen al dat het gaat om wie regelmatig maaltijden verstrekt. Een café waar enkel kan worden gedronken, blijft dan ook buiten het toepassingsgebied van het GKS. Kunnen wel vallen onder het systeem: restaurants en cateraars. 'Restaurants' wordt hier in de ruime zin gebruikt en omvat dus ook bistro's, tavernes, broodjeszaken, ...

De vraag is dan natuurlijk wat er moet worden verstaan onder “regelmatig maaltijden verstrekken”.  Daarvoor werd de 10 %-regel ingevoerd.

Hoe nagaan of de drempel van 10 % werd overschreden? 

Eerst moet er een verschil gemaakt worden tussen (1) restaurant- en cateringdiensten aan de ene kant en (2) alle horeca-activiteiten in de ruime zin aan de andere kant. Het aanbieden van dranken en meeneemmaaltijden valt niet onder (1), maar wel onder (2).

Vervolgens wordt de verhouding berekend van de omzet uit (1) restaurant- en cateringactiviteiten tot (2) de totale omzet uit alle horeca-activiteiten. Als de omzet uit de (1) meer bedraagt dan 10 % van (2) de totale omzet uit alle horeca-activiteiten, is er sprake van “regelmatig maaltijden verstrekken” en wordt het GKS verplicht.

Meer zelfs: eens deze drempel is overschreden moet de uitbater van de horecazaak voor alle horeca-activiteiten (dus ook voor verkoop van drank en meeneemmaaltijden) een kasticket van een GKS uitreiken. Het is dus niet zo dat enkel de echte restaurant- en cateringdiensten dan aan de GKS zouden zijn onderworpen.

Voorbeeld

In broodjeszaak Panino kunnen zowel broodjes afgehaald worden, als ter plekke worden genuttigd.

De verkoop van broodjes en snacks voor consumptie ter plaatse is een restaurantactiviteit die valt onder (1). Alle andere activiteiten (broodjes die afgehaald worden, drinken bij de broodjes en snacks) vallen niet onder (1) maar worden wel  opgenomen in de totale omzet (2).

Uit broodjes ter plaatse opgegeten (1) haalt Panino: 3.000 EUR omzet.

De totale omzet (2) van Panino komt uit de verkoop van broodjes om mee te nemen, broodjes om ter plaatse te nuttigen en drank en bedraagt 12.000 EUR.

De verhouding van (1) tot (2) = 3.000/12.000 of 25 %. Panino overschrijdt dus de 10 %-drempel en moet het GKS gebruiken en daarmee kastickets uitreiken aan haar klanten.

Enkele gevallen die niet aan het systeem zijn onderworpen

Voor sommige horecazaken, of leveranciers van catering- en restaurantdiensten is het praktisch niet mogelijk om met het GKS te werken. Voor hen is het teveel administratieve rompslomp en is het sop de kool niet waard. Voor hen voorziet de wet een uitzondering. Zij moeten niet meedoen.

verkoopautomaten voor verkoop van drank en voeding;

verkopen van voeding aan boord van vliegtuigen, schepen en treinen voor internationaal passagiersvervoer;

bedrijfskantines als ze aan de volgende voorwaarden voldoen: (i) het bedrijf exploiteert zelf  geen horecagelegenheid, (ii) het restaurant is enkel toegankelijk tijdens de werkuren van en (iii) het is enkel toegankelijk voor personeelsleden, voor personeel van gelieerde ondernemingen en in beperkte mate (maximum 5 %) genodigden;

foorkramers: de tolerantie die er al was, blijft bestaan.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief