Neerleggingskosten jaarrekening vzw voor 2015

Het bedrag dat verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen moeten betalen voor de openbaarmaking van hun jaarrekening, wordt bepaald door de wijze van neerlegging. De nieuwe geïndexeerde bedragen zijn bekend. Die bedragen zijn geldig vanaf 1 januari 2015.

Openbaarmaking jaarrekening door neerlegging bij Nationale Bank

De term “verenigingen” omvat de verenigingen zonder winstoogmerk (vzw's), de internationale verenigingen zonder winstoogmerk (ivzw's), de private stichtingen en de stichtingen van openbaar nut.
Grote en zeer grote verenigingen zijn verplicht om een jaarrekening over het voorbije boekjaar en een begroting voor het volgende boekjaar op te stellen. Ieder jaar en ten laatste binnen zes maanden na afsluitingsdatum van het boekjaar, legt de raad van bestuur de jaarrekening en de begroting ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. Binnen 30 dagen na de datum van de algemene vergadering moeten zij hun jaarrekening bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB) neerleggen. De Balanscentrale is belast met de openbaarmaking ervan.

Verkort of volledig schema

Verenigingen en stichtingen worden door groottecriteria ingedeeld in kleine, grote of zeer grote verenigingen. De grootte bepaalt welk model van de jaarrekening moet worden gebruikt.

Zeer grote verenigingen (o.a. gemiddeld personeelsbestand in voltijdse equivalenten op jaarbasis van meer dan 100, ontvangsten- en balanstotaalvereisten) moeten een volledige boekhouding voeren en een jaarrekening opstellen. Zij maken hun jaarrekening op volgens het "volledig schema voor verenigingen".
Grote verenigingen moeten ook een volledige boekhouding voeren. Deze verenigingen maken een jaarrekening op volgens het "verkort schema voor verenigingen".
Kleine verenigingen en stichtingen mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren en moeten hun jaarrekening bij de griffie van de rechtbank van koophandel neerleggen, niet bij de Nationale Bank.

Het bedrag dat verenigingen en stichtingen betalen bij de neerlegging van een jaarrekening zal afhangen van de wijze van neerlegging. Bij een laattijdige neerlegging zijn er voor de verenigingen geen tarieftoeslagen voorzien, zoals dat het geval is voor ondernemingen.
Verenigingen en stichtingen zijn in de regel niet verplicht om hun jaarrekening elektronisch neer te leggen zoals ondernemingen. Maar de Balanscentrale wil de neerlegging op papier wel stelselmatig afbouwen. Internet is in principe de regel, papier de uitzondering.
Als de jaarrekening via het internet wordt neergelegd, kunnen de neerleggingskosten online met een kredietkaart (Visa of Mastercard) of offline met een overschrijving worden betaald. Jaarrekeningen die worden neergelegd op papier, kunnen alleen met een overschrijving worden betaald.
Verenigingen die hun jaarrekening in beide landstalen neerleggen bij de Nationale Bank, betalen tweemaal neerleggingskosten.

Tarieven voor 2015

De neerleggingsprijs van de jaarrekening wordt bepaald door de openbaarmakingskosten, de bijdrage in de werkingskosten van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) en het btw-percentage op de openbaarmakingskosten (21%).
Vzw's, ivzw's en stichtingen die een jaarrekening moeten neerleggen, betalen vanaf 1 januari 2015 volgende tarieven in euro (21% btw en de bijdrage in de werkingskosten van de CBN inbegrepen):
• via het internet in de vorm van een gestructureerd databestand (xbrl): 79,07 euro
• via het internet in PDF-formaat: 141,99 euro
• via de post of aan het loket op papier: 149,00 euro
• verbeterde neerlegging: 76,84 euro

Op de website van de Balanscentrale (> Jaarrekeningen raadplegen) kan u informatie raadplegen over de jaarrekeningen die sinds 1992 werden neergelegd bij de Nationale Bank.
U kan bij de NBB ook kopieën van jaarrekeningen offline krijgen. Dit kan enkel bij de hoofdzetel te Brussel met de post, per fax of per e-mail.

Nieuws

Eind september 2023 bereikte minister van FinanciŽn Vincent Van Peteghem in de ministerraad een akkoord over de verplichte invoering van digitale facturatie (e-invoicing) tussen ondernemingen vanaf 1 januari 2026. Er wordt een ruime overgangstermijn voorzien, zodat elke belastingplichtige de kans krijgt om zich aan te passen aan deze nieuwe werkwijze.

Via de investeringsaftrek kan een onderneming een gedeelte van haar winst vrijstellen voor bepaalde nieuwe investeringen die zij tijdens het belastbare tijdperk heeft gedaan. Met welke (gewijzigde) percentages voor de investeringsaftrek moet u rekening houden?

Mobiliteit en duurzaamheid gaan alsmaar vaker hand in hand. Ook op fiscaal vlak zien we dat beide thema's nauwer op elkaar afgestemd worden, onder meer via de wet inzake de 'fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit' die de federale regering twee jaar geleden publiceerde.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief