Nieuwigheden inzake opleidingscheques en loopbaanbegeleiding

De toegang tot opleidingscheques voor hooggeschoolden is sinds 1 maart 2015 beperkt tot hooggeschoolden die een loopbaangerichte opleiding volgen. Voor laag- en middengeschoolden wijzigt de reglementering inzake opleidingscheques niet. Tegelijk wordt het toepassingsgebied van de regeling voor opleidingscheques én loopbaancheques wel uitgebreid.

Financiële steun van de gewesten

Opleidingscheques zijn een vorm van financiële steun die door de gewesten wordt toegekend. Ze kunnen bij de VDAB, Actiris of Forem worden besteld.
In het Vlaams gewest kunnen kortgeschoolde, middengeschoolde en hooggeschoolde werknemers met opleidingscheques een opleiding of loopbaanbegeleiding volgen bij een door de Vlaamse overheid erkende opleidingsinstelling. Scholing is immers één van de bepalende criteria voor een succesvolle participatie op de arbeidsmarkt.

De opleidingscheque is het betaalmiddel voor directe opleidingskosten die een erkende verstrekker aan de werknemer factureert. Het gaat om opleidingen die niet in opdracht van de werkgever gebeuren. Ze worden gevolgd buiten de normale werkuren of tijdens periodes van wettige schorsing van de arbeidsovereenkomst. Opleidingscheques worden gebruikt voor gewone opleidingen en opleidingen in het kader van loopbaanbegeleiding.
De loopbaancheque is het elektronisch betaalmiddel voor loopbaanbegeleiding.

Maar, sinds 1 maart 2015 kunnen hooggeschoolden een nieuwe opleiding niet meer betalen met opleidingscheques. Hooggeschoolde werknemers mogen opleidingscheques enkel nog gebruiken voor de betaling van opleidingen die zij volgen in het kader van hun loopbaanbegeleiding en die in een persoonlijk ontwikkelingsplan zijn vastgelegd. Ze hebben een attest nodig van de loopbaanbegeleider met vermelding dat de opleiding in het kader van hun loopbaan noodzakelijk is.
Onder hooggeschoold verstaan we iedereen die hogere studies heeft afgerond (bv. diploma van bachelor of hoger onderwijs, lerarenopleiding, getuigschrift voor pedagogische beroepsbekwaamheid en studies in het hoger onderwijs ingericht door het onderwijs voor sociale promotie). Als de werkgever de opleiding betaalt en de werknemer gebruikt in dit geval toch opleidingscheques, kunnen er sancties volgen.

Voor kortgeschoolden (geen diploma hoger secundair onderwijs) en middengeschoolden (ten hoogste een diploma hoger secundair onderwijs) zijn de regels niet veranderd. Kort- en middengeschoolde werknemers mogen opleidingscheques gebruiken om arbeidsmarktgerichte opleidingen te betalen in het kader van het betaald educatief verlof en voor alle loopbaangerichte opleidingen in het kader van hun loopbaantraject. Ze moeten de opleiding op eigen initiatief volgen (lees buiten de werkuren of tijdens opleidingsverlof en zelf betalen).

Voor wie nu - na 1 maart - cheques aankoopt, zal de VDAB het scholingsniveau van de aanvrager nagaan. Hooggeschoolden die nog over geldige opleidingscheques beschikken, kunnen hun eigen bijdrage aan de opleidingscheque bij de VDAB terugvorderen.

Toepassingsgebied opleidings- en loopbaancheques uitgebreid

Het toepassingsgebied van de regeling voor opleidingscheques én loopbaancheques is wel uitgebreid. Voor alle nieuwe begeleidingen, opleidingen en opleidingsmodules die starten vanaf 1 maart 2015 hebben ook werknemers die in Vlaanderen wonen, maar niet werken, recht op opleidingscheques en loopbaancheques. Dit geldt ook voor Europese werknemers die in Vlaanderen of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken, maar niet wonen.

Fiscale gevolgen

Wanneer werknemers namens en voor hun werkgever kosten maken (lees voorschieten), is de terugbetaling van die kosten door de werkgever aan de werknemer, voor deze laatste geen  loon of bezoldiging.
Alleen opleidingscheques verstrekt aan werknemers of bedrijfsleiders voor een specifieke opleiding zijn eigen kosten van de werkgever (of van de vennootschap). De kosten van die cheques zijn dan aftrekbaar voor de werkgever/vennootschap én belastingvrij in hoofde van de werknemer/bedrijfsleider. Opleidingscheques voor een algemene opleiding zijn geen eigen kosten van de werkgever, maar vormen een belastingvrij sociaal voordeel.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Ondernemingen en zelfstandigen die een beroep doen op een aannemer voor bouwwerkzaamheden, moeten controleren of de betrokken aannemer geen schulden heeft bij de RSZ of fiscus. Is dat wel het geval, dan is er een inhoudingsverplichting. Via de link https://www.checkinhoudingsplicht.be kan u gemakkelijk nagaan of zo’n inhouding nodig is.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief