Overzicht: wie is voor welke belastingvermindering bevoegd?

Sinds de zesde staatshervorming is de Belgische fiscaliteit er niet eenvoudiger op geworden. De gewesten zijn nu ook gedeeltelijk bevoegd in de personenbelasting. Zij mogen niet enkel opcentiemen heffen op de federale belasting, maar zijn ook bevoegd voor de belastingverminderingen die aansluiten bij hun andere niet-fiscale bevoegdheden. Voor andere belastingverminderingen blijft de federale overheid dan weer bevoegd. Een overzicht van wie voor welke belastingvermindering bevoegd is.

De federale overheid is bevoegd

De federale overheid blijft bevoegd voor:

de belastingvermindering voor langetermijnsparen (als de uitgave niet verbonden is met de 'eigen woning', waarvoor het gewest bevoegd is);

belastingvermindering voor pensioensparen;

belastingvermindering voor werkgeversaandelen;

belastingvermindering voor pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioen, werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekeringen

de belastingvermindering voor bezoldiging voor het presteren van overwerk waarvoor een overwerktoeslag werd verkregen;

belastingvermindering voor inkomsten uit het buitenland;

de belastingvermindering  voor energiebesparende uitgaven die werden overgedragen van vorige belastbare tijdperken (enkel nog de 'overgedragen' belastingvermindering, omdat de regeling nagenoeg volledig werd afgeschaft);

belastingvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen;

belastingvermindering voor giften (dit was vroeger een 'aftrek' van het belastbare inkomen, maar werd hervormd tot een belastingvermindering);

belastingvermindering voor uitgaven voor de kinderoppas  (dit was vroeger een 'aftrek' van het belastbare inkomen, maar werd hervormd tot een belastingvermindering).

De gewesten zijn bevoegd

De gewesten zijn bevoegd voor de volgende verminderingen. Voor de eerste twee verminderingen waren de gewesten al langer bevoegd, voor de rest van de lijst zijn de gewesten vanaf aanslagjaar 2015 bevoegd. Als slechts één van de gewesten de belastingvermindering heeft ingevoerd, staat het er specifiek bij, de andere belastingverminderingen zijn (voorlopig) in alle gewesten van toepassing. Het is uiteraard steeds mogelijk dat de gewesten hier aanpassingen in doorvoeren (bv. voorwaarden toevoegen, bedrag of percentage van de vermindering verlagen of verhogen, de vermindering afschaffen).

Vlaams Gewest: belastingvermindering voor de Winwinlening;

Waals Gewest: belastingvermindering voor aandelen en obligaties van de 'Caisse d'investissement de Wallonie';

belastingverminderingen in verband met de 'eigen woning', zowel voor de betaalde interesten als de kapitaalaflossingen (voor eventuele andere woningen blijft de federale overheid bevoegd) - deze vermindering bestaat onder de vorm van de fameuze 'woonbonus' of de vermindering voor bouwsparen;

de belastingvermindering voor investeringen in brand- en inbraakbeveiliging;

de belastingvermindering voor dakisolatie;

de belastingvermindering voor vernieuwing van woningen in een zone voor positief grootstedelijk beleid;

de belastingvermindering voor vernieuwing van woningen die via een sociaal verhuurkantoor tegen een redelijke prijs worden verhuurd;

de belastingvermindering voor uitgaven voor PWA- en dienstencheques.

Nieuws

Eén van de belangrijke hervormingen uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de zogenaamde dubbele uitkeringstest. BV’s en CV’s mogen enkel nog maar dividenden uitkeren als de netto-actieftest en de liquiditeitstest een positief resultaat geven. Voor NV’s geldt enkel de netto-actieftest.

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief