Jaarlijks grensbedrag niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen stijgt op 1 januari 2016

Het stelsel van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen laat ondernemingen toe een bonus toe te kennen aan hun werknemers in functie van de collectief bereikte resultaten. De premie wordt niet gelijkgesteld met loon, tenzij het plafond wordt overschreden. Het niet-geïndexeerde drempelbedrag voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen wordt vanaf 1 januari 2016 opgetrokken.

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen of bonusplannen

Werkgevers die onder de cao-wet vallen (d.w.z. ondernemingen uit de particuliere sector en sommige openbare instellingen), kunnen een niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel aan hun werknemers toekennen. De resultaatsgebonden bonussen zijn 'voordelen gebonden aan de collectieve resultaten van een onderneming of van een groep van ondernemingen ofwel van een welomschreven groep van werknemers, op basis van objectieve criteria'.
Deze voordelen hangen af van de verwezenlijking van 'duidelijk aflijnbare, transparante, definieerbare/meetbare en verifieerbare doelstellingen, met uitzondering van individuele doelstellingen en doelstellingen waarvan de verwezenlijking kennelijk zeker is op het ogenblik van de invoering van een systeem van resultaatsgebonden voordelen'.

De procedure en de voorwaarden worden geregeld door een wet van 21 december 2007 én in de cao nr. 90. De werkgever die dergelijk stelsel wil invoeren, moet eerst een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) sluiten. Wanneer er geen vakbondafvaardiging bestaat, heeft hij de keuze tussen een toetredingsakte en een cao.

Sociaalrechtelijke behandeling

In hoofde van de werkgever zijn de effectief toegekende voordelen aan een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 33% onderworpen. Sedert 1 januari 2013 moet ook de werknemer een bijzondere solidariteitsbijdrage van 13,07% op het toegekende bedrag betalen.
Die bijdragen zijn verschuldigd voor zover de bonus een bepaald grensbedrag niet overschrijdt.

Voor de RSZ wordt het niet-recurrente resultaatsgebonden voordeel of bonus niet beschouwd als loon voor een maximumbedrag van 3.130 euro bruto in 2015 (= 2.721 euro netto + een solidariteitsbijdrage van 13,07%), per kalenderjaar en per werknemer. Dit maximumbedrag (cao nr. 90) dat is vrijgesteld van sociale bijdragen, zal op 1 januari 2016 verhogen van 3.130 euro tot 3.200 euro.

Fiscale behandeling

Voor de fiscus wordt de bonus vrijgesteld van personenbelasting ten belope van een maximumbedrag van 2.722 euro netto in 2015, per kalenderjaar en per werknemer. Voor zover dit fiscaal grensbedrag wordt gerespecteerd, moet er geen bedrijfsvoorheffing op de bonus worden ingehouden. Het is uiteraard de bedoeling dat het 'fiscale plafond' wordt afgestemd op het nieuwe 'sociale plafond', zodat de fiscale vrijstelling in overeenstemming is met het plafond voor de inhoudingen in de sociale zekerheid. Dit betekent dat ook het jaarlijks grensbedrag van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen dat is vrijgesteld van personenbelasting, stijgt op 1 januari 2016: van 2.695 euro (geïndexeerd bedrag aj. 2016: 2.722 euro) tot 2.755 euro (geïndexeerd bedrag aj. 2016: 2.782 euro).

Bij de vaststelling van de fiscale maximumgrens is rekening gehouden met de solidariteitsbijdrage van 13,07% die de werknemer is verschuldigd. Hierdoor stemt het bedrag dat is vrijgesteld van inkomstenbelasting overeen met slechts 86,93% van het maximumbedrag dat voor de vrijstelling van sociale bijdragen in aanmerking komt.

De bonus en de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 33% zijn voor de werkgever een aftrekbare beroepskost in de vennootschapsbelasting.
Hij moet de toegekende of betaalde resultaatsgebonden bonus vermelden op de fiscale fiche 281.10 en overeenkomstige samenvattende opgave.

=> Als de effectief toegekende voordelen het maximumbedrag overschrijden, wordt het overschrijdend gedeelte aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen en de belastingen onderworpen.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief