De Vlaamse Codex Fiscaliteit: al van gehoord?

De gewesten zijn bevoegd voor heel wat fiscale materies: o.a. successierechten, registratierechten en enkele met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (o.a. BIV en verkeersbelasting). Vroeger stonden al de voor Vlaanderen relevante regels verspreid over verschillende wetboeken. Deze Vlaamse regels werden nu samengebracht in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Deze codex bevat naast de materiële regels, ook uniforme procedureregels.

Vroeger: Vlaamse regels verspreid over verschillende wetboeken

De gewesten zijn al langer bevoegd voor heel wat fiscale materies. Geleidelijk aan zijn ze hun bevoegdheid ook gaan gebruiken, en hebben ze meer en meer regels ingevoerd die afwijken van de oorspronkelijke federale regels. De gewesten hadden dan wel hun eigen regels, maar niet hun eigen fiscale wetboeken. Daarom bevatte bv. het Wetboek der Successierechten heel veel bepalingen: van elk artikel moesten naast de federale tekst ook de Vlaamse, Waalse en Brusselse tekst worden opgenomen (voor zover er afwijkende regels voor die gewesten bestaan natuurlijk).

Vlaanderen: regels overgenomen in eigen Vlaams wetboek

In Vlaanderen werd, terecht, geoordeeld dat dit te complex werd. De Vlaamse regering besloot dan ook dat de Vlaamse regels (de regels die enkel voor het grondgebied van het Vlaams Gewest gelden) uit de federale wetboeken moesten worden geïntegreerd in één Vlaams fiscaal wetboek. Zo werd de Vlaamse Codex Fiscaliteit of VCF geboren.
In de eerste plaats werden de bepalingen uit het WIGB (Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen) naar de VCF verplaatst. Dit zijn de regels die de verkeersbelasting, de belasting op inverkeerstelling (BIV) enzovoort regelen.
Sinds begin 2015 zijn ook de regels inzake successie- en registratierechten in de VCF opgenomen. Sinds begin dit jaar int de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) trouwens ook zelf deze belastingen. Van de incorporatie van de regels in de VCF is eveneens gebruik gemaakt om nieuwe termen te introduceren. Zo worden het successierecht en het recht van overgang bij overlijden (successierecht op nalatenschap van niet-inwoners) voortaan aangeduid met de overkoepelende term erfbelasting.
Let op: enkele artikels zijn niet in de VCF geïntegreerd. Zo blijft in de registratierechten het vast recht van 50 EUR een federale bepaling in het federale W.Reg.

Indeling van de Vlaamse Codex Fiscaliteit

De codex is ingedeeld in Titels, en vervolgens in Hoofdstukken die verder worden verdeeld in Afdelingen.
Titel 1 bevat de inleidende bepalingen en definities ongeacht op welke belastingen ze slaan. Zowel 'verkeersbelasting'  (MIGB) als 'verdeelrecht' (registratierechten) worden er gedefinieerd.
Titel 2 bevat de materiële regels. Dit zijn de heffingsbepalingen die inhouden wie belast wordt, wat er belast wordt, aan welk tarief en wat de eventuele vrijstellingen zijn. Deze titel is onderverdeeld in elf hoofdstukken:

Hoofdstuk 1: onroerende voorheffing.
Hoofdstuk 2: verkeersbelasting.
Hoofdstuk 3: belasting op inverkeerstelling.
Hoofdstuk 4: Eurovignet.
Hoofdstuk 5: verkrottingsheffing woningen en gebouwen
Hoofdstuk 6: leegstandsheffing bedrijfsgebouwen
Hoofdstuk 7: erfbelasting (vroegere successierechten).
Hoofdstuk 8: schenkbelasting (registratierecht op schenkingen).
Hoofdstuk 9: verkooprecht (registratierecht op verkoop onroerende goederen).
Hoofdstuk 10: verdeelrecht (registratierecht op verdelingen).
Hoofdstuk 11: recht op hypotheekvestiging.

Titel 3 bevat nieuwe procedureregels die voor de verschillende belastingen gelden.
Titel 4 tot 7 bevatten wijzigingsbepalingen (titel 4), opheffingsbepalingen (titel 5), de citeerwijze (titel 6) en inwerkingtredinsgbepalingen (titel 7).

Als bijlage werd er een concordantietabel toegevoegd. Zo kan u opzoeken welke nieuw artikelnummer een oude bekende bepaling heeft gekregen, of andersom als u het artikelnummer van de VCF kent, kan u opzoeken welk artikel deze bepaling vroeger was in het WIGB, W.Reg. of W.Succ.

Nieuwe nummering

Het is logisch dat de nieuwe indeling ook een nieuwe nummering van de artikels met zich heeft meegebracht. Opmerkelijk is wel dat de nieuwe nummering helemaal anders is dan de klassieke nummering van Belgische wetboeken. Geen oplopende nummering dus van artikel 1 tot artikel 541 zoals het (federale) Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB92). In de plaats daarvan krijgt een artikel zijn nummer in functie van zijn plek in het wetboek. Zo handelt artikel 2.10.4.0.1. over het tarief van het verdeelrecht. Dit artikel staat in Titel 2, Hoofdstuk 10, Afdeling 4.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief