Een geschil met de fiscus: de behandeling van het bezwaarschrift door de administratie

In een vorige bijdrage legden we uit hoe u bij de administratie zelf een bezwaar kan aantekenen als u het oneens bent met de aanslag die de fiscus u wil opleggen. Nadat u als belastingplichtige het bezwaar correct heeft ingediend, komt de volgende stap: de behandeling van het bezwaar door de administratie. In deze bijdrage bekijken we hoe de rest van de procedure verloopt.

Ontvankelijkheid van het bezwaar

De administratie zal eerst nagaan of het bezwaar ontvankelijk is. Met andere woorden: controleren of aan alle vereisten is voldaan:

het bezwaar is schriftelijk ingediend;

het bezwaar is ondertekend;

het bezwaar is door de juiste persoon ingediend;

het bezwaar is bij de juiste persoon ingediend;

het bezwaar is tijdig ingediend (binnen de zes maanden);

het bezwaar is gemotiveerd.

Als het bezwaar aan één of meerdere van de voorwaarden niet voldoet, is het  onontvankelijk. Het bezwaar wordt dan niet verder behandeld. Zelfs als u ten gronde wel gelijk zou hebben, kan u geen gelijk meer krijgen.

Onderzoek van het bezwaar door de bevoegde ambtenaar

bezwaarschrift wordt onderzocht door een ambtenaar die een hogere graad heeft dan controleur, bv. een eerstaanwijzend inspecteur. Hij heeft dezelfde bevoegdheden en bewijsmiddelen als de controleur heeft bij het controleren van de aangifte. Zo mag hij de nodige inlichtingen vragen aan financiële instellingen.

Als u dat wil en vraagt, kan u door de onderzoekende ambtenaar worden gehoord voor hij een uitspraak doet. U mag ook inzage vragen van (bepaalde stukken van) het dossier. Als u wil worden gehoord, moet u dat in het bezwaarschrift zelf al vragen. De ambtenaar mag uw verzoek om te worden gehoord in principe niet zomaar naast zich neerleggen. In sommige stukken heeft u evenwel geen inzage, bv. stukken die betrekking hebben op het beroepsgeheim van de ambtenaar, (anonieme) verklikkingsbrieven, enz.

Uitspraak over het bezwaar door de gewestelijk directeur

De uiteindelijke uitspraak op het bezwaarschrift gebeurt door de gewestelijk directeur, of de ambtenaar die hij daarvoor aanduidt (de inspecteur geschillen).

De directeur moet de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken naleven. Dit betekent dat op een Nederlandstalig bezwaarschrift in het Nederlands moet worden geantwoord, op een Frans bezwaarschrift in het Frans en op een Duits bezwaarschrift (bv. van een inwoner van Eupen) in het Duits.

De beslissing moet worden ondertekend door de beslissende gewestelijk directeur. Een beslissing met een onleesbare handtekening is nietig, want dan kan er niet worden gecontroleerd of de bevoegde ambtenaar de beslissing wel heeft genomen.

De beslissing moet ook gemotiveerd of met redenen omkleed zijn. Met andere woorden de beslissende ambtenaar moet aangeven waarom hij uw argumenten afwijst of aanvaardt. De directeur moet op elk van uw 'grieven' (argumenten) antwoorden.

Er is geen concrete termijn voorgeschreven, waarbinnen de directeur moet beslissen. Maar het moet wel binnen een redelijke termijn gebeuren.

De beslissing wordt  u per aangetekend schrijven bekendgemaakt.

En daarna?

Als u niet tevreden bent met de directoriale beslissing, heeft u nog één mogelijkheid: u kan u wenden tot een rechter. Daar komen we in een volgende bijdrage op terug.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief