Een bijzondere investeringsaftrek voor digitale investeringen

Dankzij de investeringsaftrek krijgen ondernemingen die investeren in bepaalde nieuwe afschrijfbare materiële activa een fiscale incentive. Ondernemers krijgen immers een fiscale aftrek ten belope van een bepaald percentage van het bedrag dat ze hebben geïnvesteerd. Voor kmo's en ondernemers-natuurlijke personen bestaat er sinds begin vorig jaar nog een mogelijkheid: de investeringsaftrek voor digitale investeringen.

Nog even herhalen: de investeringsaftrek

De investeringsaftrek is een fiscaal voordeel dat belastingplichtigen toelaat een deel van hun winst vrij te stellen ten belope van een bepaald deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van investeringen die ze doen. Om recht te hebben op de aftrek moeten de activa waarin wordt geïnvesteerd wel aan enkele voorwaarden voldoen: (i) de (im)materiële vaste activa, (ii)  ie in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand gebracht en (iii) in België gebruikt worden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

Er bestaan twee soorten investeringsaftrek: de eenmalige en de gespreide. De eenmalige investeringsaftrek is een eenmalige aftrek ten belope van een bepaald percentage van de gedane investeringen. De gespreide investeringsaftrek is gebaseerd op de jaarlijkse afschrijvingen op de gedane investeringen, en wordt dus even lang toegepast als het actief afgeschreven wordt.

De eenmalige investeringsaftrek wordt nog eens opgedeeld in de gewone en de verhoogde investeringsaftrek. De gewone investeringsaftrek is tot nul teruggebracht. Momenteel is  dus enkel nog de verhoogde investeringsaftrek van toepassing. Om die te kunnen genieten moet er in specifieke activa geïnvesteerd worden: activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën, energiebesparende investeringen, octrooien, investeringen in beveiliging van beroepslokalen en bedrijfsvoertuigen, zeeschepen en rookafzuig- en verluchtingssystemen (voor de horeca).

Investeringsaftrek voor digitale investeringen?

Aan het lijstje van toegestane investeringen werden digitale investeringen toegevoegd. Meer precies gaat het om investeringen in digitale beveiliging. Denk daarbij aan investeringen die dienen voor de integratie en de exploitatie van digitale betalings- en factureringssystemen en voor systemen die informatie- en communicatietechnologie beveiligen. De aangekochte activa (hardware en software) moeten nieuw zijn, afgeschreven worden over minimum drie jaar en in België voor de beroepswerkzaamheid gebruikt worden. De leverancier van de investeringen moet u een attest afleveren dat bevestigt dat de investering aan alle voorwaarden van de aftrek voldoet.

Deze nieuwe aftrek kan al toegepast worden vanaf aanslagjaar 2016. Het percentage bedraagt dan 13,50 %. Een investering van 10.000 EUR levert dus een investeringsaftrek van 1.350 EUR op. Vanaf aanslagjaar 2016 betekent vanaf inkomstenjaar 2015. Met andere woorden: investeringen die u het afgelopen jaar (2015) heeft gedaan en die aan de voorwaarden voldoen, geven u al recht op de digitale investeringsaftrek.

De digitale investeringsaftrek is altijd eenmalig. Hier dus geen mogelijkheid om het voordeel te spreiden over de afschrijvingsperiode van de aangekochte activa.
Deze digitale investeringsaftrek geldt enkel voor kleine vennootschappen en ondernemers natuurlijke personen die aan dezelfde criteria van artikel 15 van het W.Venn. beantwoorden (eenmanszaken die 'klein' zouden zijn als ze als vennootschap werden gevoerd).

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief