Gunstmaatregelen voor de horeca (1) : flexi-jobs

Eind december introduceerde de regering nieuwe fiscale gunstmaatregelen voor de horeca. Enerzijds zijn er de flexi-jobs, die worden vrijgesteld van personenbelasting en persoonlijke sociale bijdragen. Anderzijds wordt ook het maken van overuren fiscaal goedkoper. In deze bijdrage gaan we in op de flexi-jobs.

Wat ?

De naam flexi-job verwijst naar 'flexibel'. Flexi-jobs zijn jobs in de horeca voor personen die daarnaast al een andere job uitoefenen. Met andere woorden het is voor wie op fiscaal flexibele wijze wil bijklussen in de horeca.

Welke werknemers ?

Enkel werknemers die ten minste voor 4/5 van een andere voltijdse job zijn tewerkgesteld door (een) andere werkgever(s) komen voor een flexi-job in aanmerking.

De wet sluit de volgende personen expliciet uit:

de werknemer die op hetzelfde moment al een 'gewone' job (minstens 4/5 van een voltijdse betrekking) heeft bij de werkgever waar hij de flexi-job wil uitoefenen;

de persoon die zich in een periode bevindt die wordt gedekt door een verbrekingsvergoeding of een ontslagcompensatievergoeding ten laste van de werkgever bij wie hij de flexi-job uitoefent;

de werknemer die zich in een opzeggingstermijn  bevindt.

Welke werkgevers ?

Het toepassingsgebied is beperkt tot werkgevers die vallen onder het paritair comité 302 voor het hotelbedrijf, of onder het paritair comité voor de uitzendarbeid op voorwaarde dat de gebruiker van de uitzendkracht ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf.

Sluiten van raamovereenkomst en arbeidsovereenkomst

Bij het aangaan van de flexi-job moeten werkgever en werknemer een (schriftelijke of mondelinge) raamovereenkomst sluiten.

De overeenkomst moet minstens de volgende gegevens bevatten:

de identiteit van de partijen;

de wijze waarop en de termijn waarbinnen de werkgever de toekomstige flexi-jobarbeidsovereenkomst(en) aan de werknemer moet voorstellen;

een omschrijving van de uit te oefenen taken;

het flexi-loon;

de bevestiging dat de werknemer voldoet aan de voorwaarde van tewerkstelling van minstens 4/5 van een voltijdse job bij een andere werkgever.

Als de werknemer een uitzendkracht is, moet er geen raamovereenkomst worden opgesteld.
Binnen de raamovereenkomst kunnen de partijen dan een arbeidsovereenkomst afsluiten.
De werknemer heeft recht op een flexi-loon (minimum 8,82 EUR per uur, te indexeren) en flexivakantiegeld (7,67% van het flexi-loon). 

De fiscale behandeling: loon vrijgesteld van personenbelasting

Het loon (en de bijkomende vergoedingen die als loon worden beschouwd) en het vakantiegeld zijn vrijgesteld van personenbelasting.

De werknemer moet evenmin persoonlijke sociale bijdragen betalen op deze inkomsten.

De werkgever is wel een bijzondere patronale bijdrage van 25% verschuldigd. Deze bijdrage is voor hem evenwel een aftrekbare beroepskost.

Zie ook: 'Een nieuw statuut: de flexi-job', januari 2016. 

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief