Bedrijfsvoorheffing: fiscus controleert nakomen verplichtingen

Werkgevers moeten bedrijfsvoorheffing inhouden op de lonen die ze uitbetalen aan hun werknemers. In de meeste gevallen moeten ze de ingehouden bedrijfsvoorheffing ook doorstorten aan de Schatkist. Er zijn slechts enkele uitzonderingen, waarbij de werkgever een deel van de ingehouden BV zelf mag houden (bv. startende ondernemers, BV van personeel in onderzoek). De fiscus heeft nogmaals aangekondigd dat ze het naleven van de regels strenger zal controleren.

Bedrijfsvoorheffing: verplichtingen opgelegd aan de werkgever

Inzake de bedrijfsvoorheffing heeft de werkgever een dubbele verplichting: (1) de correcte bedrijfsvoorheffing inhouden en (2) de ingehouden bedrijfsvoorheffing doorstorten.

Het inhouden van bedrijfsvoorheffing geldt niet alleen voor het loon in de strikte zin, maar voor alle elementen die worden beschouwd als een beloning voor de verrichte arbeid, dus ook voor voordelen van alle aard, of voor het deel van de overdreven huur  dat als loon wordt geherkwalificeerd (bij verhuur van een OG door een bedrijfsleider aan zijn eigen vennootschap).

De werkgever moet maandelijks een aangifte bedrijfsvoorheffing indienen. Werkgevers die vorig jaar minder dan 38.180 EUR bedrijfsvoorheffing hebben aangegeven, mogen een kwartaalaangifte indienen i.p.v. een maandelijkse aangifte.

Niet-naleving van de verplichtingen

Het niet-naleven van de verplichtingen wordt uiteraard gesanctioneerd. Naargelang er vaker een overtreding plaatsvindt, wordt de sanctie zwaarder. Een eerste overtreding wordt bestraft met een boete van 50 EUR. Bij latere overtredingen loopt de straf op tot een boete van 1.250 EUR of een belastingverhoging (die kan van 10 % oplopen tot 200 %).

Een sanctie zal worden opgelegd als (i) de werkgever geen (volledige) aangifte bedrijfsvoorheffing indient of (ii) als de bedrijfsvoorheffing niet of niet volledig wordt betaald. Zelfs het niet-indienen van een nihilaangifte wordt bestraft.

Meer controles

Het is dus echt wel belangrijk dat u de verplichtingen nakomt. Er worden niet enkel aanzienlijke sancties opgelegd, de fiscus heeft ook laten weten dat ze in 2016 systematisch zullen controleren of de verplichtingen worden nageleefd.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief