Kleine ondernemingen: wie wordt er uitgesloten?

Kleine ondernemingen zijn van btw vrijgesteld: ze moeten geen btw aanrekenen op hun diensten, maar mogen evenmin de btw die ze zelf betalen, aftrekken. Een onderneming is ‘klein’ voor de btw als ze een omzet heeft die minder bedraagt dan 25.000 EUR. Sommige ondernemingen worden evenwel van de bijzondere regeling uitgesloten, zelfs als ze onder de drempel blijven.

Ondernemingen die volledig worden uitgesloten

Btw-eenheden worden sowieso uitgesloten.

Ondernemingen die regelmatig één van de hierna genoemde handelingen stellen, zijn voor hun volledige activiteit van de vrijstelling uitgesloten. Ook als ze naast de geviseerde handelingen, nog andere activiteiten ontplooien.

Het gaat om:

werken in onroerende staat en ermee gelijkgestelde handelingen;

horecadiensten, waarvoor ze moeten werken met een geregistreerd kassasysteem;

leveringen van oude materialen, van oude materialen ongeschikt voor hergebruik in dezelfde staat, van industrieel en niet-industrieel afval, van afval voor hergebruik, van gedeeltelijk verwerkt afval en van schroot.

Handelingen die worden uitgesloten

Daarnaast zijn er nog de handelingen die worden uitgesloten van de vrijstellingsregeling. Dat wil zeggen dat enkel deze specifieke handelingen niet vrijgesteld zijn. De kleine onderneming moet daar dus wel btw voor aanrekenen (net zoals alle andere ondernemingen). De kleine onderneming blijft dus voor haar andere handelingen wel onder de vrijstelling vallen. Hierin zit het verschil met de hierboven genoemde handelingen: als een onderneming de bovengenoemde handelingen stelt, verliest de onderneming haar recht op de vrijstelling volledig. Hier is dat niet het geval.

De volgende handelingen komen niet in aanmerking voor de vrijstelling, zelfs niet als ze door een kleine onderneming worden verricht:

verkopen door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen (verkregen met btw);

vestigingen en overdrachten door toevallige belastingplichtigen van andere zakelijke rechten, op onroerende goederen (andere manieren om onroerend goed over te dragen dan het 'verkopen' = overdragen van het eigendomsrecht. Bijvoorbeeld: een vruchtgebruik);

toevallige leveringen van nieuwe vervoermiddelen naar een andere EU-lidstaat;

leveringen van tabaksfabrikaten (sigaretten, roltabak);

leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijnen van de aanvoerhavens;

handelingen verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd;

'verborgen' handelingen, dat zijn handelingen die niet werden aangegeven maar tijdens een controle werden vastgesteld;

ongeoorloofde handelingen, dat zijn handelingen die bij wet verboden zijn of in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief