Publiciteit op wagen aanbrengen: geen aftrekbeperking btw meer

De btw op autokosten is beperkt tot 50 %. In principe geldt dat voor alle autokosten. Daar komt vanaf nu verandering in. Het aanbrengen van reclame op een wagen wordt door de fiscus niet meer gezien als autokost, maar als publiciteitskost.

De regel: maximumaftrek btw autokosten = 50 %

De btw op autokosten is slechts voor 50 % aftrekbaar. Dat geldt voor de btw die u betaalt op alle kosten in verband met een personenwagen. Het gaat dus zowel over de btw op de aankoop van het voertuig, als over de btw op brandstof of onderdelen en de btw op diensten i.v.m. de wagen zoals reinigen en onderhoud.

Bovendien is deze 50 % een absoluut maximum. Als het voertuig niet louter beroepsmatig wordt gebruikt, maar ook deels privé ( = gemengd gebruik) wordt de aftrek nog verder beperkt. Om deze aftrekbeperking te berekenen, heeft de fiscus enkele bijzondere regels uitgewerkt, waarop we hier niet verder ingaan.

Deze aftrekbeperking is niet van toepassing op alle voertuigen en geldt bijvoorbeeld niet voor: vrachtwagens, lijkwagens, bromfietsen, motorfietsen, lichte vrachtwagens.

Maar zijn alle kosten wel autokosten?

Maar zijn alle kosten die men doet in verband met een auto ook wel autokosten? Die vraag rees meer bepaald in verband met de kosten voor het aanbrengen van reclame op een wagen. Tot voor kort oordeelde de fiscus dat ook deze kosten als autokosten onder de aftrekbeperking vielen.

De fiscus heeft zijn standpunt echter aangepast. Het aanbrengen van reclame (bedrijfsnaam, slogan) op een wagen met plakletters, verf of niet-afneembare panelen wordt vanaf nu beschouwd als publiciteitskost. Daardoor is de aftrekbeperking niet langer van toepassing. De btw op kosten die gemaakt worden voor publiciteit is immers volledig aftrekbaar.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief