Nieuw permanent systeem fiscale en sociale regularisatie in werking

Het zat er al lang aan te komen: een nieuw én permanent systeem voor fiscale en sociale regularisatie. Sinds 1 augustus 2016 is het ook effectief in werking. Belastingplichtigen krijgen daardoor (weer) een kans om hun fiscale en sociale toestand te regulariseren. Dat kan door spontaan niet aangegeven inkomsten alsnog aan te geven.

 Nog eens een nieuwe regularisatie?

In het verleden werd er al meermaals een fiscale regularisatieronde georganiseerd: van de EBA (de eenmalige bevrijdende aangifte) in 2004  tot een regeling voor 'fiscale rechtzetting' in 2015. De regering had evenwel al een tijd plannen om een nieuwe permanente fiscale regularisatie in te voeren. Die was aangekondigd voor januari 2016, maar liet uiteindelijk tot nu op zich wachten.

Wie?

Regularisatie kan worden aangevraagd door iedere belastingplichtige, dus zowel door  natuurlijke personen (personenbelasting) als door rechtspersonen (vennootschapsbelasting of rechtspersonenbelasting).

Ook wie al eerder een regularisatieaangifte indiende, heeft nog een kans.

Wat?

Een belastingplichtige kan zijn toestand regulariseren door sommen, inkomsten, kapitalen en handelingen die hij eerder niet had aangegeven toch nog aan te geven bij de fiscus (fiscale regularisatie), of bij de rsz (sociale regularisatie).

De aangever moet een regularisatieheffing betalen. Het tarief verschilt naargelang hij sommen, inkomsten en btw-handelingen aangeeft (het normale tarief verhoogd met 20 %), dan wel verjaarde kapitalen (36 %). Deze percentages worden de komende jaren telkens verhoogd tot ze in 2020 respectievelijk 25 % (sommen, inkomsten) of 40 % (kapitalen) bedragen. 

Door het betalen van de heffing krijgt de aangever fiscale en strafrechtelijke immuniteit. Er is dan geen andere belasting (het gaat van de  inkomstenbelasting over de btw, tot registratierechten en diverse rechten of taksen) meer verschuldigd op de geregulariseerde bedragen. De fiscus kan ook geen belastingverhogingen, boetes of nalatigheidsintresten meer opleggen.

In twee gevallen kan men geen regularisatie krijgen: (i) als een overheidsinstelling de aangever vóór de indiening van zijn regularisatieaangifte heeft laten weten dat er een dossier tegen hem is geopend waarin specifieke onderzoeksdaden werden opgestart, (ii) voor opbrengsten van bepaalde in de wet gepreciseerde illegale activiteiten zoals (financiering van) terrorisme, georganiseerde misdaad, mensenhandel, enz. Strafrechtelijke vervolging blijft hiervoor altijd mogelijk.

Hoe?

De regularisatie moet worden aangevraagd bij het Contactpunt Regularisaties.
De aangever moet (i) ofwel bewijzen dat de inkomsten, de sommen, de btw-handelingen en de fiscaal verjaarde kapitalen hun normale belastingregime hebben ondergaan, (ii) ofwel als het bewijs onder (i) niet lukt, aangeven onder welke belastingcategorie en tijdperk de  sommen en kapitalen vallen. Bewijs leveren kan door middel van schriftelijk bewijs, al dan niet aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen.

Bedragen die niet onderworpen werden aan hun normale belastingregime of waarvan de aard niet vastgesteld werd, kunnen niet worden geregulariseerd.

Wanneer?

De nieuwe regularisatie kan sinds 1 augustus 2016.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief