Klantenlistings in de btw: regeling versoepeld voor kleine ondernemingen

Ondernemingen zijn in principe verplicht jaarlijks een klantenlisting in te dienen. Ze moeten aan de administratie laten weten wie hun klanten zijn. Voor kleine ondernemingen is deze regel sinds 1 juli 2016 versoepeld.

De regel: klantenlisting indienen

Belastingplichtigen in de btw moeten ieder jaar voor 31 maart (dus ten laatste op 30 maart) een klantenlisting indienen. Een klantenlisting is een overzicht van de belastingplichtige afnemers waarvoor de dienstverrichter het jaar daarvoor een dienst heeft verricht of waaraan men een goed heeft geleverd.

In de listing moet de belastingplichtige vermelden:

het btw-nummer van zijn belastingplichtige klant;

het totaal bedrag van de geleverde diensten of goederen;

het totaal aangerekende btw-bedrag.

In een listing moeten de leveringen/diensten aan particulieren dus niet worden vermeld.

Sinds 1 april 2009  gebeurt de indiening in principe elektronisch.

Nieuw: voor kleine ondernemingen niet altijd meer nodig

Voor kleine ondernemingen wordt deze verplichting ingeperkt. Sinds 1 juli 2016 zijn ze niet langer verplicht een klantenlisting in te dienen als dat een nihil-klantenlisting is. Dit is het geval als haar klanten (i) geen Belgisch btw-nummer hebben of (ii) als de klanten wél een Belgisch btw-nummer hebben maar de jaarlijkse omzet per klant met een Belgisch btw-nummer niet meer dan 250 euro bedraagt.

De nieuwe regeling geldt vanaf de klantenlistings voor 2016, die ten laatste op 30 maart 2017 moeten worden ingediend. 

Wie zijn activiteit heeft stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016, moet nog wel een (nihil-)klantenlisting  indienen. Ook wie ten onrechte nog geen  klantenlisting zou hebben ingediend voor 2015 (deadline was 30 maart 2016), moet dat alsnog doen.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Ondernemingen en zelfstandigen die een beroep doen op een aannemer voor bouwwerkzaamheden, moeten controleren of de betrokken aannemer geen schulden heeft bij de RSZ of fiscus. Is dat wel het geval, dan is er een inhoudingsverplichting. Via de link https://www.checkinhoudingsplicht.be kan u gemakkelijk nagaan of zo’n inhouding nodig is.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief