Hoger beroep tegen homologatievonnis van onderneming in moeilijkheden

Bij een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord moet de rechter het herstel- of betalingsplan homologeren. Een schuldeiser die niet akkoord is met het gehomologeerde afbetalingsplan, kan hiertegen in beroep gaan. Dit hoger beroep moest hij vroeger enkel tegen de schuldenaar richten. Sinds 18 juli 2016 moet dit beroep worden gericht tegen alle (overige) partijen die tijdens de procedure zijn tussengekomen.

Wet betreffende de Continuïteit van Ondernemingen

De Wet betreffende de Continuïteit van Ondernemingen (WCO) biedt ondernemingen sinds 1 april 2009 verschillende mogelijkheden om hun onderneming weer gezond te maken tijdens een periode van tijdelijke bescherming tegen de schuldeisers.
De WCO valt uiteen in een buitengerechtelijke procedure (bindend akkoord sluiten met (bepaalde) schuldeisers zonder gerechtelijke bescherming) en een gerechtelijke procedure of gerechtelijke reorganisatie (3 mogelijkheden: minnelijk akkoord, collectief akkoord, overdracht van de onderneming).

Gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord

Als een ondernemer in financiële moeilijkheden opteert voor een collectief akkoord (een akkoord met al haar schuldeisers), moet hij een reorganisatieplan opstellen. Dit herstel- of betalingsplan beschrijft hoe men de schulden geheel of gedeeltelijk binnen maximaal vijf jaar zal betalen. In het plan moet o.a. de staat van de onderneming, haar moeilijkheden en de middelen waarmee ze die wil oplossen worden opgenomen; en de maatregelen om de schuldeisers (gedeeltelijk) te voldoen met de betalingstermijnen.

Als het plan wordt goedgekeurd (mits meerderheid in aantal en bedrag van de aanwezige schuldeisers), moet de rechtbank het plan homologeren. De rechtbank kan de homologatie van het reorganisatieplan enkel weigeren wegens niet-naleving van de procedurevormen (vormvereisten + inhoudelijke verplichtingen) of schending van de openbare orde (miskenning van de gelijke behandeling van schuldeisers).
Door die homologatie wordt het plan bindend voor alle schuldeisers, dus ook voor de schuldeisers die er niet mee hebben ingestemd. De onderneming in moeilijkheden krijgt opschorting van betaling van de schulden.

Beroep tegen gehomologeerd herstel- of betalingsplan

De schuldeisers die bij de stemming over het reorganisatieplan hun argumenten hebben uiteengezet, kunnen hoger beroep aantekenen tegen de beslissing van de rechter om het reorganisatieplan te homologeren. Het hof van beroep gaat dan na of de rechter in eerste aanleg het reorganisatieplan al dan niet ten onrechte heeft gehomologeerd. Een aanpassing van het plan of de organisatie van een nieuwe stemming is niet mogelijk.

Voortaan moeten wel alle schuldeisers worden geïnformeerd wanneer een betrokken partij in beroep gaat tegen een gerechtelijke goedkeuring van een herstel- of afbetalingsplan.
Dit hoger beroep moest vroeger enkel tegen de schuldenaar worden gericht. Het gevolg was dat het vonnis van de rechter van kracht werd voor bepaalde schuldeisers, terwijl een andere schuldeiser(s) de vernietiging van dat vonnis vroeg. Daarom moet het hoger beroep tegen een vonnis waarbij het plan van gerechtelijke reorganisatie wordt gehomologeerd, sinds 18 juli 2016 worden gericht tegen alle overige partijen die tijdens de procedure in het geding bij verzoekschrift zijn tussengekomen, én ook tegen de schuldenaar wanneer het hoger beroep uitgaat van een schuldenaar (wet van 16 juni 2016).

Nieuws

De belastingadministratie heeft eind februari via een circulaire haar standpunt bekendgemaakt over de fiscale gevolgen van thuiswerk. De aanleiding is de COVID-19-crisis, maar het nieuwe standpunt staat verder los van de pandemie: ze geldt voor alle situaties van thuiswerk sinds 1 maart 2021.

Na twee Europese veroordelingen heeft België het belastingstelsel voor buitenlandse onroerende goederen aangepast. U krijgt tot eind 2021 om via een bijzondere aangifte de waarde van het inkomen van die buitenlandse onroerende goederen te bepalen. Daarna moet u er – misschien – belastingen op betalen.

We kunnen een uitgiftepremie het best definiëren als het verschil tussen het kapitaal vertegenwoordigd door nieuwe aandelen, en de prijs die u voor die aandelen moet betalen. Maar hoe moet dat als de vennootschap geen maatschappelijk kapitaal heeft?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief