Basisrentevoet voor belastingvermeerdering bij geen of onvoldoende voorafbetalingen

Alle belastingplichtigen die winsten of baten behalen, moeten voorafbetalingen doen. Bij geen of ontoereikende voorafbetalingen wordt een belastingvermeerdering toegepast. Vanaf het aanslagjaar 2018 zal de basisrentevoet, die bij de berekening van die belastingvermeerdering wordt gebruikt, nooit minder bedragen dan 1%. Daardoor bedraagt het vermeerderingspercentage ook automatisch altijd minimum 2,25%.

Ondernemers en vrije beroepers (in de personenbelasting) en alle vormen van vennootschappen (in de vennootschapsbelasting) moeten voorafbetalingen doen. Startende ondernemingen (natuurlijke personen en kleine vennootschappen) zijn de eerste drie jaar vrijgesteld.

Ten laatste op 20 december a.s. moeten vennootschappen, zelfstandigen en vrije beroepers die hun boekjaar afsluiten op 31 december, hun vierde kwartaalbetaling van de voorafbetalingen voor het aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) doen. Betalingen die na de vervaldatum bij het 'Ontvangkantoor Voorafbetalingen' toekomen, worden automatisch voor de volgende periode geboekt. Voor vennootschappen met een boekjaar dat niet samenvalt met het kalenderjaar en voor vennootschappen met een boekjaar van minder dan 12 maanden, gelden speciale regels.

Vermeerderingspercentage aanslagjaar 2017

Ondernemingen die niet of te weinig voorafbetalen, betalen een belastingvermeerdering. Dat geldt ook voor bedrijfsleiders die niet of onvoldoende de belasting op hun bezoldigingen vooraf betalen die hoger is dan de bedrijfsvoorheffing die op hun bezoldigingen werd ingehouden.

Het vermeerderingspercentage waarmee de vermeerdering wordt berekend, wordt ieder jaar vastgesteld. Voor de voorafbetalingen van dit jaar (inkomstenjaar 2016, aanslagjaar 2017) bedraagt de belastingvermeerdering gemiddeld 1,125% (hetzelfde percentage als vorig jaar).

Vermeerderingspercentage aanslagjaar 2018

De belastingvermeerdering wordt elk kwartaal berekend en is gelijk aan het positieve verschil tussen:

het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de "basisrentevoet", en

de bedragen van de voorafbetalingen vermenigvuldigd met 3 maal, 2,5 maal, 2 maal en 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang de voorafbetalingen uiterlijk zijn gedaan op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

De belastingvermeerdering wordt tot 90% van haar bedrag teruggebracht.

De "basisrentevoet" is normaal gezien het, tot de lagere eenheid afgeronde, rentetarief van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank (ECB) op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Sinds 13 november 2013 is die basisrentevoet echter lager dan 1%. Dat betekent dat hij dus altijd naar de lagere eenheid (lees 0%) moet worden afgerond. Het gevolg is dat de betrokken belastingplichtigen niet meer worden aangespoord om het grootste deel van de verschuldigde belasting, te betalen in het tijdperk waarin de belastbare inkomsten worden voortgebracht.

Daarom zal de basisrentevoet voor de berekening van de belastingvermeerdering bij geen of onvoldoende voorafbetalingen vanaf het aanslagjaar 2018, nooit minder bedragen dan 1%. Daardoor bedraagt vanaf het aanslagjaar 2018 het vermeerderingspercentage ook automatisch altijd minimum 2,25%.

De basisrentevoet werd echter al bij koninklijk besluit opgetrokken:

voor het aanslagjaar 2015: van 0% tot 0,75% en

voor de aanslagjaren 2016 en 2017 telkens tot 0,50%.

Zodra de rentevoeten op de geldmarkt dit verantwoorden, kan de Koning een hoger of lager percentage van vermeerdering vaststellen.

Vanaf het aanslagjaar 2018 wordt er ook geen vermeerdering meer toegepast wanneer het berekende bedrag ervan lager is dan 0,5% van de belasting waarop zij is berekend of 50 euro (momenteel bedraagt dit 1% of 25 euro).

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief