Lage activiteitsinkomsten: belastingkrediet wordt uitgebreid

Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten is bedoeld voor belastingplichtigen die uit hun beroepsactiviteit slechts een beperkt inkomen halen. Als ze minder dan 670,00 EUR belasting betalen, krijgen ze het saldo zelfs terugbetaald. Het systeem wordt nu ook uitgebreid tot nieuwe categorieën zelfstandigen.

Een laag activiteitsinkomen

Een belastingplichtige heeft een laag activiteitsinkomen als hij een zelfstandige activiteit ontplooit of als werknemer actief is en uit zijn beroepswerkzaamheden een inkomen haalt dat lager is dan 21.170,00 EUR (bedragen voor aj. 2017, inkomsten 2016).

Om het inkomen te bepalen, wordt er gekeken naar de netto beroepsinkomsten, verminderd met:

de pensioenen en renten en als zodanig geldende toelagen;

de bezoldigingen van werknemers en vennootschapsmandatarissen die zijn tewerkgesteld in dienstverband;

de vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving
van inkomsten;

de beroepsinkomsten die overeenkomstig artikel 171 van het WIB92 afzonderlijk worden belast;

de winst of baten uit een zelfstandig bijberoep.

Een belastingkrediet

Belastingplichtigen met zo'n laag activiteitsinkomen hebben recht op een belastingkrediet van maximaal 680,00 EUR. Naargelang het inkomen stijgt, daalt of stijgt het belastingkrediet (al de bedragen hieronder zijn voor aj. 2017):

inkomen van 0,00 EUR tot 5.010,00 EUR: geen recht op het belastingkrediet;

inkomen tussen 5.010,00 EUR en 6.080,00 EUR: geleidelijke stijging tot 440,00 EUR;

inkomen tussen 6.080,00 EUR en 16.710,00 EUR: belastingkrediet van 440,00 EUR;

inkomen tussen 16.710,00 EUR en 21.710,00 EUR: geleidelijke daling tot 0,00 EUR;

inkomen boven 21.710,00 EUR: geen recht op het belastingkrediet.

Het belastingkrediet is verrekenbaar (met de verschuldigde belasting) en terugbetaalbaar (als de belastingplichtige in totaal minder dan 680,00 EUR belasting moet betalen, krijgt hij het verschil terugbetaald).

Zelfstandigen: uitbreiding

Tot nu toe vielen zelfstandigen van wie de winsten of baten werden vastgesteld volgens forfaitaire grondslagen uit de boot. Deze manier van werken gebeurt vaak voor kleine zelfstandigen als bakkers, slagers, kappers, caféhouders en landbouwers.

De uitsluiting van belastingplichtigen van wie de winsten en baten forfaitair worden vastgesteld, leidt er echter toe dat net deze groep van kleine zelfstandigen die vaak een beperkt inkomen hebben, geen recht hebben op het belastingkrediet. Dat was eigenlijk niet logisch.

Vanaf aanslagjaar 2017  worden zij niet langer uitgesloten. Het wetboek inkomstenbelastingen werd daarvoor aangepast.

De belastingplichtigen die belast worden op een forfaitaire minimumwinst of -baat omdat ze hun aangifte niet of niet tijdig hebben ingediend, blijven wel uitgesloten. Zij hebben nog steeds geen recht op het belastingkrediet.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief