Over bedrijfswagens en tankkaarten: nieuwe regels zullen vennootschappen geld kosten

Vennootschappen die hun personeel een bedrijfswagen ter beschikking stellen, moesten tot vorig jaar 17 % van het bedrag opnemen in hun verworpen uitgaven. Vanaf 2017 zal er 40 % van het bedrag in de verworpen uitgaven moeten worden opgenomen, als de vennootschap de brandstofkosten geheel of gedeeltelijk ten laste neemt, bv. als de werknemer/bedrijfsleider een wagen met tankkaart krijgt. Deze nieuwe regel werd ingevoerd door de programmawet van 25 december 2016.

Bedrijfswagen als voordeel van alle aard

Werknemers en bedrijfsleiders die een bedrijfswagen krijgen, verwerven daarmee een belastbaar voordeel van alle aard. De waarde van dit voordeel wordt berekend volgens een specifieke formule: cataloguswaarde × ouderdomscorrectie × CO2 percentage × 6/7. Als de werknemer er een tankkaart bijkrijgt, verandert dat niets. Het voordeel van de tankkaart zit al begrepen in het voordeel van de wagen in zijn geheel.

Voor de werkgever is er echter een impact: die moet 17 % van het voordeel van alle aard voor de wagen als verworpen uitgaven opnemen.

Vanaf 2017: 40 % voordeel in verworpen uitgaven

Nieuw vanaf 2017 is dat de vennootschap 40 % van het voordeel in de verworpen uitgaven moet opnemen als ze de brandstofkosten (geheel of gedeeltelijk) op zich neemt. Dit kan bijvoorbeeld door de werknemer of bedrijfsleider een tankkaart te geven. Maar ook als de werkgever de brandstofkosten via onkostennota's terugbetaalt, is dat het geval.

Eigen bijdrage niet in rekening gebracht

Daarnaast komt er nog een ingrijpende wijziging voor alle bedrijfswagens, ongeacht of er een tankkaart bij is inbegrepen.

De 17 % of 40 % van het voordeel dat in de verworpen uitgaven moet worden opgenomen, zal voortaan berekend worden op de volledige waarde van het voordeel. De eigen bijdrage van de werknemer of bedrijfsleider kan dus niet meer in mindering worden gebracht.

Voor de werknemers verandert er echter niets.

Nieuws

Heeft u te veel btw doorgestort aan de Staat, dan heeft u de keuze: ofwel draagt u het krediet over naar de volgende maand of het volgende kwartaal, ofwel vraagt u de teveel betaalde btw terug. Maar voor een teruggave geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De vraag is nu: wanneer die termijn begint te lopen?

Wat gebeurt er als een aandeelhouder zijn aandelen overdraagt vóór de volstorting ervan? Ook onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) blijft die vraag relevant.

Uw werkgever installeert zonnepanelen op het dak van uw privéwoning. Waarom ? Om u een voordeel te bieden? Of misschien bent u wel de bedrijfsleider en is de vennootschap gevestigd in een deel van uw woning? Hoe zit dat fiscaal? De minister verrast.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief