Nieuwigheden in de aangifte PB voor 2017

Het is weer aangifteseizoen. Ook dit jaar is de aangifte in de personenbelasting weer een pak uitgebreider en complexer geworden. Dat ligt, hoe kan het ook anders, vooral aan de steeds complexer wordende woonfiscaliteit. De wijzigingen in Vlaanderen en Wallonië voor leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016 laten zich nu voelen in de aangifte. Met deze bijdrage proberen we u door de aangifte te loodsen.

Woonfiscaliteit

Zowel in het Vlaams Gewest als in het Waals Gewest gelden er nieuwe regels voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016:

in Vlaanderen werd de geïntegreerde Vlaamse woonbonus ingevoerd;

in Wallonië geldt vanaf dit aanslagjaar de cheque habitat.

Deze wijzigingen vinden natuurlijk hun weerslag in de aangifte. Omdat het gaat om gewestelijke maatregelen zijn ze enkel van toepassing voor de 'eigen woning', dat is de woning die u zelf betrekt.

Vak IX van de aangifte was al opgedeeld in rubriek B voor de 'eigen woning' (voor de gewestelijke 'woonbonus') en een rubriek C voor de 'niet-eigen woning' (voor het federale belastingvoordeel).

Onder rubriek B vindt u nu de subrubrieken:

B1: voor de geïntegreerde Vlaamse woonbonus - leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016

B2: voor de Waalse cheque habitat - leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016

B3: de vroegere gewestelijke woonbonus voor leningen gesloten voor 1 januari 2016 en dit jaar ook nog de Brusselse woonbonus (let op die wordt afgeschaft voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2017)

B4: andere interesten dan in B1, B2 of B3, die ook recht geven op een gewestelijke belastingvermindering

B5: vermindering voor bouwsparen en langetermijnsparen

B6: premies van individuele levensverzekeringen

Voor rubriek C, de federale regeling voor wie een lening heeft lopen voor een niet-eigen woning, verandert er dit jaar niets.

De aangifte van uw lening zelf doen, wordt dus niet makkelijk. Als u vragen heeft, kan u best de hulp van een boekhouder inroepen. Uw bank zal wel de gegevens van uw lening (via een hypotheekattest) automatisch aan de fiscus bezorgen, maar waarschijnlijk zullen de juiste codes toch nog niet vooraf ingevuld worden in Tax-on-web.

Roerende inkomsten

Voor dividenden en interesten toegekend vanaf 1 januari 2017 is het standaardtarief van de roerende voorheffing gestegen tot 30 %. Helaas blijven er nog heel wat uitzonderingen bestaan. Daarmee kan het tarief variëren van 5 % over 10 %, 15 %, en 17 % tot 20 %. Al die verschillende tarieven hebben ook invloed op de aangifte, met name voor de Vakken VII 'Roerende inkomsten' en XVI 'Diverse inkomsten van roerende aard'.

Andere nieuwigheden

Andere nieuwigheden in de aangifte zijn:

Overuren in de horeca: vak IV, rubriek A12 - deze codes worden automatisch ingevuld in tax-on-web.

SWT (werkloosheid met bedrijfstoeslag) en belastingvrije swt-toeslagen. De belastingvrije toeslagen moeten uiteraard niet worden aangeven, maar om de verschillende soorten toeslagen te identificeren en zo de vermindering correct te berekenen, werden er 10 nieuwe codes toegevoegd in vak IV van de aangifte (rubrieken D1a1 en E2a2). Ook deze codes worden, indien van toepassing, al automatisch ingevuld in de aangifte via tax-on-web.

De Vlaamse Winwinlening krijgt een tegenhanger in het Waals Gewest, de Coup de Pouce. Aan te geven in Vak XI.

Deadlines

De deadlines zijn:

aangifte op papier: 29 juni 2017;

aangifte via Tax-on-web: 13 juli 2017;

aangifte via mandataris: 26 oktober 2017.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief