Aandachtspunten bij tewerkstelling van studenten

Gaat u tijdens de zomervakantie een beroep doen op studenten? Sinds 1 januari 2017 mogen zij in het kader van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten per kalenderjaar 475 uren werken tegen een voordelige sociale bijdrage. Naast de sociale regeling zijn er uiteraard ook fiscale aandachtspunten.

Sociale aandachtspunten

Op basis van een ondertekende studentenovereenkomst geeft u via Dimona 'STU' het aantal uren aan waarop u de student zal tewerkstellen. De Dimona's moeten gebeuren per kwartaal. Alleen als de Dimona-aangifte vóór aanvang van de tewerkstelling gebeurde, bent u én de student enkel een bijzondere solidariteitsbijdrage verschuldigd (gelijk aan 5,42% voor de werkgever en 2,71% voor de student). Zodra de 475 uren worden overschreden, verliezen jullie het sociaal voordeel en zijn er vanaf het 476ste uur gewone sociale bijdragen verschuldigd. Wanneer u de student onverwacht meer uren laat werken, is het aangewezen dat voor deze uren een wijzigende Dimona gebeurt. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor een loon wordt betaald, moeten niet in het 'aantal uren' worden opgenomen. Het saldo van het studentencontingent kan worden geraadpleegd via de webapplicatie student@work
 van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ).

Wist u dat:

voor studenten die in juni afstuderen en hun diploma behalen, de RSZ aanvaardt dat zij nog tot 30 september van dat jaar met toepassing van de solidariteitsbijdrage kunnen werken. Op voorwaarde dat het gaat om een tewerkstelling die sociaal gezien de kenmerken van studentenwerk heeft en het niet gaat om een verdoken proefperiode van een gewone arbeidsovereenkomst;

het studentencontingent van 475 uren mag worden gecumuleerd met een tewerkstelling van 25 dagen in de socioculturele sector, op voorwaarde dat het gaat om duidelijk onderscheiden tewerkstellingen;

een student 475 uren kan werken met toepassing van de solidariteitsbijdrage voor studenten én maximaal 100 dagen waarvan 50 dagen als student en 50 dagen als gelegenheidswerknemer horeca. De voordelen verbonden aan de twee statuten mogen niet worden gecombineerd;

een student bovenop zijn 475 uren studentenarbeid ook nog als gelegenheidsarbeider in de land- en tuinbouw mag werken voor maximaal 65 dagen, eventueel met 35 bijkomende dagen in de witloofteelt, met de gewone bijdragepercentages berekend op het respectievelijke dagforfait land- of tuinbouw.

Fiscale aandachtspunten

Studenten betalen geen belastingen als hun inkomsten onder een bepaald bedrag blijven. Dat maximumbedrag verandert elk jaar. Voor 2017 (aanslagjaar 2018) bedraagt het 10.345,84 euro bruto. Dat bedrag geldt alleen als het loon uit studentenarbeid de enige belastbare inkomsten zijn en er geen werkelijke beroepskosten aan de belastingen worden aangegeven. Wanneer het netto belastbaar jaarinkomen van 2017 het bedrag van 7.570 euro overschrijdt, moet de student zelf belastingen betalen.

Ouders betalen ook geen belastingen voor hun studenten tenzij ze zoveel zouden verdienen dat ze niet meer 'ten laste' zijn. Ouders die kinderen ten laste hebben, betalen minder belastingen. Ook die grensbedragen veranderen elk jaar en hangen af van de gezinssituatie.

De maximale bedragen voor 2017 zijn:

ouders worden samen belast indien gehuwd of samenwonend: brutobedrag dat de student maximaal mag verdienen = 6.660 euro (3.200 euro netto)

ouders worden alleen belast (alleenstaande ouders): brutobedrag dat de student maximaal mag verdienen = 8.435 euro (4.620 euro)

ouders worden alleen belast en student wordt fiscaal als gehandicapt/mindervalide beschouwd: brutobedrag dat de student maximaal mag verdienen = 9.985 euro (5.860 euro netto).

Wist u dat:

studenten het jaar daarop een belastingaangifte moeten indienen waarin ze alle belastbare inkomsten moeten vermelden, dus ook het deel van de onderhoudsuitkeringen en bezoldigingen die niet worden meegerekend om te bepalen of ze nog ten laste zijn van de ouders;

wanneer studenten meer dan 475 uren werken, bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op het studentenloon. Studenten die minder dan 7.570 euro verdienen, kunnen de bedrijfsvoorheffing terugkrijgen via de belastingaangifte.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief