Met de fiets naar het werk: de fiscale voordelen

Met de fiets naar het werk gaan, levert heel wat voordelen op. De werkgever kan belastingvrij een fiets ter beschikking stellen en een vrijgestelde fietsvergoeding uitbetalen en de fietsende werknemer kan 23 cent per kilometer als beroepskost aftrekken. Maar niet elke fiets kan van elk voordeel genieten. Er zijn uitzonderingen voor mountainbikes, racefietsen en speed pedelecs (snelle elektrische fietsen). Een overzicht.

Enkele voordelen voor de werknemer

Bedrijfsfiets

Een werkgever kan aan zijn werknemers gratis een bedrijfsfiets ter beschikking stellen voor woon-werkverkeer, die hij ook privé mag gebruiken. Dit is een voordeel van alle aard zoals het ter beschikking stellen van een bedrijfswagen. Groot verschil echter is dat er op het voordeel van de bedrijfsfiets geen belasting moet worden betaald door de werknemer/bedrijfsleider. Wie een bedrijfswagen krijgt, betaalt daarop wel belastingen.

Fietsvergoeding

Een werkgever kan zijn werknemer ook een fietsvergoeding uitbetalen, wanneer die met een fiets naar het werk komt. Het kan zowel voor wie (een deel van) zijn woon-werkverkeer met zijn eigen fiets doet, als wie een gratis bedrijfsfiets gebruikt. De vergoeding bedraagt 0,23 EUR per kilometer en is ook vrijgesteld.

Beide systemen kunnen ook worden gecombineerd: een gratis fiets + een fietsvergoeding. De werknemer betaalt op geen van beide belastingen.

Beroepskost

Ten slotte mag u als u met de fiets naar het werk gaat, forfaitair 23 cent per kilometer als beroepskost aftrekken. Het is een 'forfait' omdat het niet uitmaakt of uw fiets u in werkelijkheid minder dan 23 cent per kilometer kost. Vergelijk: voor een verplaatsing met de wagen kan u maar 15 cent per kilometer aftrekken.

Let op: deze forfaitaire aftrek kan u enkel gebruiken als u ervoor gekozen heeft uw werkelijke beroepskosten te bewijzen. U kan ze dus niet combineren met het algemene beroepskostenforfait.

Voorbeeld

Marc rijdt als het mooi weer is, met zijn fiets naar het werk. De afstand tussen zijn woonst en zijn werk bedraagt 14 kilometer. Op een jaar tijd neemt hij 124 keer de fiets. Hiervoor krijgt hij van zijn werkgever een belastingvrije fietsvergoeding van 124 (dagen) × 14 kilometer (enkele rit) × 2 (heen en terugrit) × 0,23 (vergoeding) = 798,56 EUR.
Naast deze vergoeding, mag hij hetzelfde bedrag (798,56 EUR) als beroepskost aftrekken.

Voordeel voor de werkgever

Ook de werkgever doet een voordeel: de kosten die hij maakt, zijn aftrekbaar voor 120 %. Hij kan dus meer aftrekken dan hij effectief uitgeeft. Deze regel geldt voor de kosten van de bedrijfsfiets, maar ook voor uitgaven voor een fietsenstalling en voor faciliteiten voor de fietsers (kleedkamers en douches).

Het bijzonder geval van de mountainbike en de racefiets

Hoewel het ook fietsen zijn, gelden er toch afwijkende regels voor mountainbikes en racefietsen.

Mountainbikes en racefietsen: fietsvergoeding (23 cent/km) blijft belastingvrij en de aftrek van beroepskosten (23 cent/km) is mogelijk. Verschil is dat wanneer de werkgever een racefiets of mountainbike als bedrijfsfiets ter beschikking stelt, het voordeel van alle aard wel belastbaar is.

Het bijzonder geval van de elektrische fiets

Ook een elektrische fiets is een fiets.  Dus het is niet meer dan logisch dat de elektrische fiets ook van alle hiervoor genoemde voordelen kan genieten.

Dat is ook zo. Maar niet voor alle elektrische fietsen. De speed pedelecs (dat zijn elektrische fietsen die 45 km/u halen) vallen uit de boot. De wegcode stelt ze gelijk met een bromfiets. Fiscaal zijn het geen 'fietsen', waardoor ze niet van de voordelen kunnen genieten. Er wordt wel aan een oplossing gewerkt voor de speed pedelecs, zodat het verschil in behandeling wordt weggewerkt.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief