Dienstencentra en btw

Lokale dienstencentra worden meestal opgericht door een OCMW van een gemeente of stad. Andere worden particulier opgericht en worden door de lokale overheid erkend. Ze richten activiteiten in voor bepaalde groepen, zoals senioren of sociaal zwakkeren. De activiteiten kunnen erg variëren en gaan van het verstrekken van informatie tot vormings- en vrijetijdsactiviteiten. Op btw-vlak gelden er voor deze centra enkele bijzonderheden.

De  'maatschappelijke' diensten van het centrum

Een dienstencentrum heeft in de eerste plaats een sociale functie in een gemeente of stad. Omwille van de sociale functie worden de handelingen van zo'n centrum vrijgesteld van btw op basis van artikel 44, § 2, 2° WBTW.  Dat is de vrijstelling voor de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend. Hieronder vallen o.a. instellingen voor bejaardenzorg, gezinshulp, instellingen voor kinderopvang, ziekenfonds, instellingen voor gehandicaptenzorg, ...

Cafetaria van dienstencentrum

Vaak baten de dienstencentra ook een drank- of eetgelegenheid uit, die publiek toegankelijk is.

In principe geldt voor deze activiteit geen vrijstelling, omdat deze exploitatie vreemd is aan de sociale functie.

Toch is er een administratieve tolerantie. De administratie aanvaardt dat de exploitatie van een drank- of eetgelegenheid door een lokaal dienstencentrum de sociale functie niet schendt en aldus geen belemmering vormt voor de toepassing van de vrijstelling. Voorwaarde is dat de jaarlijkse omzet van de eet- of drankgelegenheid niet meer bedraagt dan 80.000 EUR.

Deze drempel wordt beoordeeld per vestigingseenheid.

Als deze drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, moet het  dienstencentrum de handelingen in het kader van de exploitatie van een drank- of eetgelegenheid aan btw onderwerpen vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. Dit leidt tot de situatie waarbij een dienstencentrum dat al in de loop van januari de drempel overschrijdt, toch nog de rest van het jaar van de vrijstelling kan blijven genieten.

De eerste keer dat moet worden nagegaan of het drempelbedrag van 80.000 EUR is overschreden, heeft betrekking op de omzet gerealiseerd in het kalenderjaar 2016.

Nieuws

Eind september 2023 bereikte minister van FinanciŽn Vincent Van Peteghem in de ministerraad een akkoord over de verplichte invoering van digitale facturatie (e-invoicing) tussen ondernemingen vanaf 1 januari 2026. Er wordt een ruime overgangstermijn voorzien, zodat elke belastingplichtige de kans krijgt om zich aan te passen aan deze nieuwe werkwijze.

Via de investeringsaftrek kan een onderneming een gedeelte van haar winst vrijstellen voor bepaalde nieuwe investeringen die zij tijdens het belastbare tijdperk heeft gedaan. Met welke (gewijzigde) percentages voor de investeringsaftrek moet u rekening houden?

Mobiliteit en duurzaamheid gaan alsmaar vaker hand in hand. Ook op fiscaal vlak zien we dat beide thema's nauwer op elkaar afgestemd worden, onder meer via de wet inzake de 'fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit' die de federale regering twee jaar geleden publiceerde.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief