Privé-initiatieven sociale huisvesting geven ook recht op lager btw-tarief

In de sociale huisvesting geldt al langer een verlaagd btw-tarief van 6 % of 12 % voor de oprichting en verkoop van woningen. Sinds begin dit jaar is het toepassingsgebied van het verlaagd tarief van 12 % ook uitgebreid tot privé-initiatieven. Privé-investeerders moeten wel aan enkele bijkomende voorwaarden voldoen.

Sociale huisvesting

De oprichting en verkoop van woningen en wooncomplexen bestemd voor sociale huisvesting is al langer onderworpen aan een verlaagd btw-tarief. Ook werken in onroerende staat vallen onder deze regeling.

Het tarief bedraagt:

6 % als de handeling wordt gefactureerd aan een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of woningfonds;

12 % als de handeling wordt gefactureerd aan een provincie, gemeente, intercommunale, ocmw, of een erkende instelling zoals een psychiatrische instelling of een woonzorgcentrum.

Let op: het zijn de oprichting, de verkoop en de werken in onroerende staat die van het verlaagd tarief kunnen genieten. De 'sociale' verhuur die daarop volgt, is normaal gezien vrijgesteld van btw.

12% tarief nu ook voor privé-initiatieven

Ook privé-investeerders kunnen van het verlaagd tarief genieten voor de oprichting, verkopen en werken in onroerende staat van woningen bedoeld voor sociale huisvesting. Zijn expliciet uitgesloten: tuinaanleg, afsluitingen, zwembaden, sauna's, tennisbanen, ...    

De woning moet bestemd zijn voor sociale huisvesting. De bouwheer, eigenaar, koper moet de woning (i) verhuren aan een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die de woning dan in het kader van sociale huisvesting verder verhuurt OF (ii) zelf verhuren, maar dan wel binnen een beheersmandaat met een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon. Onder publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen vallen o.a. huisvestingmaatschappijen, woningfondsen, provincies, gemeentes, intercommunales, ocmw's, maar ook autonome gemeentebedrijven en sociale verhuurkantoren.

De huur moet afgesloten worden voor een minimumtermijn van vijftien jaar. Als deze termijn niet wordt gerespecteerd, verliest de investeerder het voordeel van het verlaagd tarief vanaf het jaar waarin de huur afloopt. Voorbeeld: als deze voorwaarde niet meer gerespecteerd wordt vanaf het achtste jaar, dan zal de investeerder dus 8/15 van zijn voordeel verliezen.

Vanzelfsprekend moet de koper/bouwheer ook administratieve formaliteiten vervullen. Zo moet hij verklaren dat de woning bestemd zal worden voor sociale huisvesting. En moet hij een afschrift van het huurcontract indienen bij het btw-kantoor.

De verkoper/dienstverrichter moet op zijn factuur de datum en het referentienummer van de verhuurovereenkomst en het btw-controlekantoor dat bevoegd is voor de koper, bouwheer of leasingnemer vermelden. Daarnaast moet hij in de factuur verwijzen naar de toepasselijke wettelijke bepaling die het verlaagde btw-tarief van 12 % rechtvaardigt: “Uitvoering van werken die zijn bedoeld in rubriek XI van Tabel B van de bijlage bij Koninklijk Besluit nr. 20 - Huisvesting in het kader van het sociaal beleid - Privé-initiatief” . Een kopie van de factuur moet hij bezorgen aan het btw-kantoor, en dit uiterlijk de laatste werkdag van de maand volgend op de maand waarin de factuur uitgereikt had moeten worden.

En het tarief van 6 % voor werken in woningen ouder dan tien jaar?

Wie al recht  heeft op het verlaagd tarief voor werken in onroerende staat in woningen ouder dan tien jaar, kan dat tarief gewoon blijven toepassen. Dit is op twee punten voordeliger: (i) het tarief ligt lager, 6 % in plaats van 12 % voor sociale huisvesting en (ii) er moeten minder formaliteiten vervuld worden.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief