Naar een gecentraliseerde invordering?

De programmawet van december 2017 voert een gecentraliseerde invordering in. Dat maakt het enerzijds makkelijker voor de belastingplichtige. Maar anderzijds wordt het voor de fiscus makkelijker om schuldvergelijking toe te passen.

Eén rekening voor alle betalingen?

De 'Algemene Administratie van de Inning en de Invordering' is verantwoordelijk voor de inning en invordering van talrijke fiscale en niet-fiscale schulden. Tot nu toe moeten belastingplichtigen hun betalingen op diverse rekeningen storten al naar gelang de fiscale schuld die ze aflossen. De administratie wil echter inzetten op vereenvoudiging. Eén stap daarin is het invoeren van één rekening waarop belastingplichtigen alle betalingen aan de fiscus kunnen doen. Ondanks die plannen zullen er toch ook na het opzetten van die gecentraliseerde rekening nog enkele aparte rekeningen blijven bestaan (bv. voor voorafbetalingen).

De burgerrekening

Tegelijkertijd zal de fiscus voor elke belastingplichtige een burgerrekening bijhouden, een overzicht van:

aan de debetzijde de nog openstaande fiscale en niet-fiscale schulden, die door de fiscus ingevorderd worden;

aan de creditzijde eventuele vorderingen die de burger op de overheid heeft, bv. een teruggave die nog moet worden terugbetaald.

Door een betaling op de ene rekening, zal een belastingplichtige diverse fiscale schulden in één keer kunnen aflossen.

Als de belastingplichtige onvoldoende betaalt om het hele saldo aan schulden aan te zuiveren en hij verschillende schulden heeft, zal hij  duidelijk moeten maken welke schuld hij hiermee wil afbetalen. Als hij dit niet zelf vermeldt, dan zal de bevoegde ambtenaar dit bepalen.

En waar wordt de betaling op aangerekend (als bepaald is welke schuld wordt ingelost)?  Dat zijn in volgorde: (i) eerst op de vervolgingskosten, (ii) vervolgens op de interesten en de administratieve sancties en (iii) ten slotte op de hoofdsom.

Schuldvergelijking door de fiscus

De fiscus zal ook schuldvergelijking kunnen toepassen. Als dezelfde belastingplichtige een fiscale schuld heeft en tegelijkertijd een tegoed heeft van de fiscus, zal die gecompenseerd worden. De fiscus mag dus de schuld van het tegoed aftrekken en enkel het eventuele saldo doorstorten. Dat kon al. Maar nu wordt aan het systeem gesleuteld.

Het plan is blijkbaar om de mogelijkheid om schuldvergelijking toe te passen verder uit te breiden: van de FOD Financiën en de RSZ tot elke andere federale overheidsdienst of staatsorganisme. De fiscus kan dus ook schuldvergelijking toepassen als een burger een tegoed heeft van een andere overheidsdienst. Er geldt wel een belangrijke beperking: schuldvergelijking is enkel toegestaan als het tegoed door de andere overheidsdienst aan de burger verschuldigd is op basis van wetten die onder de bevoegdheid vallen van deze overheidsdienst. Het kan met andere woorden niet als de overheidsdienst nog sommen verschuldigd is aan de burger op basis van een overeenkomst tussen de overheidsdienst en de particulier. In dat geval is de overheid immers een gewone contractspartij. Ook met bedragen die de overheid verschuldigd is aan een personeelslid als loon, pensioen is geen schuldvergelijking mogelijk.

De burger zelf kan echter zelf nog geen schuldvergelijking toepassen. De belastingplichtige mag dus zelf geen tegoed dat hij van de fiscus heeft aftrekken van een schuld die hij aan de fiscus heeft (bv. geen onroerende voorheffing betalen, omdat men nog een terugbetaling in de PB verwacht).

Bedoeling is dat de nieuwe regels ten laatste op 1 januari 2019 in werking treden.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief