Indexatie onroerende voorheffing in Vlaanderen 2018

In Vlaanderen krijgen belastingplichtigen met twee kinderen of meer een korting op hun onroerende voorheffing. Hoe meer kinderen, hoe groter de vermindering. Het bedrag van de korting wordt jaarlijks geïndexeerd. De bedragen voor 2018 zijn een stuk hoger dan die van vorige jaren.

Korting OV voor woning waar gezin met minstens twee kinderen in woont

De belastingplichtige krijgt een vermindering van de onroerende voorheffing (OV) voor de woning waar hij woont met zijn gezin:

Als het gezin op 1 januari minstens twee kinderen telt.

Als de kinderen in het bevolkingsregister zijn ingeschreven  op het adres van de woning.

Als de kinderen in aanmerking komen voor de kinderbijslag.

Geïndexeerd bedrag van de vermindering

Naar gelang de belastingplichtige meer kinderen heeft, stijgt de vermindering. Net zoals voor de verhoging van de belastingvrije som in de personenbelasting telt een gehandicapt kind voor twee. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2018 bedraagt de vermindering:

Twee kinderen: 12,68 euro.

Drie kinderen: 20,07 euro.

Vier kinderen: 28,10 euro.

Vijf kinderen: 36,83 euro.

Zes kinderen: 46,19 euro.

Zeven kinderen: 56,26 euro.

Acht kinderen: 67,03 euro.

Negen kinderen: 78,44 euro.

Tien kinderen: 90,61 euro.

Elk kind boven het tiende: + 12,68 euro.

Dit jaar is de vermindering een stuk groter. Dat komt omdat ook het basistarief van de onroerende voorheffing in Vlaanderen gestegen is: van 2,50 % naar 3,97 %.

Aandeel van gemeente en provincie

Eerst wordt de Vlaamse onroerende voorheffing berekend. Op dit bedrag mogen de  gemeenten en provincies opcentiemen rekenen. Deze gemeentelijke en provinciale opcentiemen maken het leeuwendeel van de OV uit.

Voor elke provincie en gemeente gelden andere percentages die u online kan terugvinden. Omdat verschillende bevoegdheden van de provincies naar het Vlaams niveau zijn overgeheveld, krijgt Vlaanderen nu een groter deel van de onroerende voorheffing. De provincies krijgen een kleiner deel. Terwijl het Vlaamse tarief vanaf 2018 stijgt naar 3,97 %, dalen de provinciale opcentiemen (die worden bijna gehalveerd):

Antwerpen: 290 naar 145,33

Limburg: 400 naar  214,52

Oost-Vlaanderen: 295 naar 148,47

Vlaams-Brabant: 332 naar 171,75

West-Vlaanderen: 355 naar 186,22

Hoeveel vermindering krijgt u uiteindelijk?

We hebben gezien dat de totale onroerende voorheffing die u moet betalen, afhangt van:

Het kadastraal inkomen van uw woning.

De plaats waar uw woning ligt: gemeente en provincie.

Het aantal kinderen in uw gezin.

We bekijken met een voorbeeld het verschil in onroerende voorheffing (voor dezelfde woning) voor een koppel met of zonder kinderen.

Voorbeeld

Bart en Elke wonen in Mortsel (provincie Antwerpen). Hun woning heeft een kadastraal inkomen van 1.500 euro. De stad Mortsel rekent 1.125 % opcentiemen en de provincie Antwerpen 145,33 %.

Hypothese 1: Bart en Elke hebben geen kinderen

De onroerende voorheffing zonder vermindering bedraagt 816,03 euro:

Vlaamse OV: 1.500 × 3,97 % = 59,55 euro.

Gemeentelijke opcentiemen: 59,55 × 1.125 % = 669,94 euro

Provinciale opcentiemen: 59,55 × 145,33 %=  86,54 euro

Hypothese 2: Bart en Elke hebben samen drie kinderen

Ze hebben recht op een vermindering van 20,07 euro voor drie kinderen. De vermindering wordt aangerekend op het Vlaamse deel. Op dit verlaagde bedrag worden dan de  gemeentelijke en provinciale opcentiemen berekend.

De onroerende voorheffing met vermindering bedraagt  541,01 euro:

Vlaamse OV: 59,55 - 20,07 = 39,48 euro

Gemeentelijke opcentiemen: 39,48 × 1.125 % = 444,15 euro

Provinciale opcentiemen: 39,48 × 145,33 % = 57,38 euro

De uiteindelijke vermindering voor kinderlast bedraagt hier dus iets meer dan 275,00 euro.

Nieuws

Bij “Hervorming vennootschapsbelasting 2017” denkt u in eerste instantie aan het goede nieuws: de verlaging van het nominale tarief naar 25% (vanaf 2020). De hervorming bevatte echter ook een reeks compenserende maatregelen. De hervorming komt vanaf 2020 op kruissnelheid … de compenserende maatregelen dus ook.

Vanaf 1 januari 2020 zijn zogenaamde dubbele bestuursmandaten verboden. Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen verbiedt dit. Het wetboek treedt stapsgewijs in werking. 1 januari 2020 is één van de cruciale data en het verbod om als bestuurder én als vaste vertegenwoordiger in een raad van bestuur te zetelen, treedt op die datum in werking.

We kunnen niet voldoende blijven benadrukken hoe belangrijk 1 januari 2020 is voor de toepassing van het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen. Zelfs als u niets verandert aan uw statuten, aan uw maatschappelijk kapitaal of zelfs aan uw benaming, dan nog moet u vanaf 1 januari rekening houden met nieuwe spelregels.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief