Nieuwe circulaire over taks op de effectenrekeningen

De taks op effectenrekeningen legt een heffing van 0,15 % op aan iedereen die op één of meerdere effectenrekeningen in totaal 500.000 euro of meer heeft staan. Een administratieve circulaire geeft wat meer uitleg.

De taks

De taks bedraagt 0,15 % op wat er op de effectenrekening staat en is verschuldigd door iedereen die meer dan 500.000 euro op zijn effectenrekening(en) heeft staan. Alle rekeningen worden samen bekeken. Wie bij twee banken voor 250.000 euro effecten heeft, heeft in totaal 500.000 euro en moet de taks dus betalen.

Welke effecten zijn belastbaar?

De wet somt limitatief op welke 'effecten' onder de taks op de effectenrekeningen vallen:

Aandelen.

Obligaties.

Rechten van deelneming.

Kasbons.

Warrants.

Dit betekent dat de financiële instrumenten die niet in de wet genoemd worden, niet onder het toepassingsgebied van de taks vallen.

Wie is er titularis van de rekening?

Alleen natuurlijke personen zijn aan de belasting onderworpen. Rechtspersonen (vennootschappen) vallen er niet onder. Een maatschap kan er wel onder vallen. Waarom? Een maatschap is fiscaal transparant: de fiscus kijkt er door naar de natuurlijke personen er achter.

Enkele speciale gevallen:

Feitelijke verenigingen: als de leden van de feitelijke vereniging rechten hebben in het vermogen  van de vereniging, zijn zij zelf belastbaar.

Als de titularis de effectenrekening in pand heeft gegeven bij de bank, wordt er een pandrekening geopend op naam van de pandgever. De pandgever blijft dus de titularis van de rekening. Er is geen eigendomsoverdracht naar de pandnemer (de bank). De pandnemer wordt dus geen titularis.

Gerechtigden van kwaliteitsrekening (ook wel bekend als derdenrekening) beheerd door een notaris of advocaat, zijn zelf verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die de wet oplegt.

Verplichtingen tussenpersoon

De Belgische bank waar de rekening bij wordt aangehouden, is verantwoordelijk voor inhouding, aangifte en betaling van de taks. Uiterlijke datum voor betaling is de twintigste dag van de derde maand volgend op het einde van de referentieperiode, die in principe loopt van 1 oktober tot 30 september. Daarmee komen we uit op 20 december als laatste dag waarop de bank de taks moet gestort hebben aan de fiscus.

De bank maakt op het einde van elke referentieperiode een overzicht op met de gemiddelde waarde van de effecten op de rekening, de  verschuldigde taks, het tarief en de ingehouden taks. De bank bezorgt dit overzicht zo snel mogelijk aan de titularis.

Wat als 500.000 euro bij bank niet wordt overschreden?

Soms houdt de bank de taks niet in, terwijl ze wel verschuldigd is. Dit is het geval als de belastingplichtige over meerdere banken verspreid 500.000 euro op effectenrekeningen heeft staan. Als er  op een bepaalde bank minder dan 500.000 staat,  houdt die bank niets in. Voor haar is de drempel immers niet overschreden en zij heeft geen weet van andere rekeningen.

Wat dan?

U doet een opt-in: zo zorgt de bank altijd voor de inhouding en betaling van de taks ook als de drempel van 500.000 euro bij die bank niet wordt overschreden.

U  zorgt zelf voor aangifte en betaling van de taks.

Melden van de rekening

Ten slotte herinneren we u eraan dat u een verklaring moet afleggen als u één of meerdere effectenrekeningen hebt. Rijksinwoners zijn hiertoe verplicht ongeacht waar de tussenpersoon gevestigd is. Niet-rijksinwoners moeten dit enkel melden als ze een effectenrekening hebben bij een Belgische tussenpersoon.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief