Grensbedragen voor vrijgestelde gelegenheidsgeschenken ook fiscaal opgetrokken

Geeft u af en toe een geschenk aan uw werknemers? Dat kan op een fiscaal gunstige manier. De kosten zijn voor de onderneming aftrekbaar. Bij de werknemer is het geschenk dan weer als sociaal voordeel vrijgesteld. Sinds eind vorig jaar zijn de sociale en fiscale bedragen terug op één lijn gebracht.

Welke geschenken?

Het gaat om geschenken die aan alle personeelsleden worden geschonken ter gelegenheid van een feest: Sinterklaas, Kerstmis, Nieuwjaar of het feest van de patroonheilige van de sector.

 Daarnaast kunt u ook iets schenken aan:

Een personeelslid dat een eervolle onderscheiding krijgt.

Een personeelslid dat in het huwelijksbootje stapt of wettelijk gaat samenwonen.

Een personeelslid dat op pensioen gaat.

Onbelast maar aftrekbaar

Het grote voordeel is dat deze geschenken voor de werknemer een onbelast sociaal voordeel zijn. Terwijl de kosten voor de werkgever aftrekbaar blijven.

Fiscaal en sociaal opnieuw op dezelfde lijn

Voor de verschillende geschenken gelden verschillende maximumbedragen. De maximumbedragen zijn fiscaal en sociaal opnieuw hetzelfde.

Voor de RSZ gelden de onderstaande bedragen voor geschenken vanaf 1 januari 2017.

Voor de fiscus gelden de onderstaande bedragen voor geschenken vanaf 1 januari 2018.

Beide instanties hebben de nieuwe maxima met terugwerkende kracht ingevoerd.

Maximumbedragen

Sinterklaas, patroonsfeest, Kerstmis of Nieuwjaar: 40 euro per werknemer, en bijkomend maximaal 40 euro per kind ten laste van de werknemer (vroeger 35 euro).

Eervolle onderscheiding zoals een  'ereteken van de arbeid': 120 euro (vroeger 105 euro).

Huwelijk en wettelijke samenwoning: 245 euro (vroeger 200 euro).

Pensioen: 40 euro per volledig dienstjaar (vroeger 35 euro). Met een minimum van  120 euro (vroeger 105 euro) en een maximum van 1.000 euro (vroeger 875 euro).

Welk geschenk maakt niet uit. Het kan in natura, als cadeaucheque of in geld.

Maximum overschreden?

Als de onderneming teveel geeft, wordt de aftrek van het ganse bedrag als beroepskost geweigerd - ook voor het deel dat onder de drempel blijft.

Voor de werknemer is het enigszins anders: als de drempel van 40 euro wordt overschreden, is het volledig geschenk in principe een belastbaar loon. Er is nog een kleine ontsnappingsmogelijkheid: geschenken tot 50 euro worden beschouwd als een geschenk van geringe waarde. De werknemer wordt er dan niet op belast, maar de werkgever kan de kosten niet aftrekken.

Ten slotte geven we nog mee dat de onderneming een ruling kan aanvragen als ze eenmalig een groter geschenk wil geven aan haar personeel. De rulingcommissie aanvaardt doorgaans een geschenk tot circa 500 euro per werknemer, voor een eenmalige gelegenheid (bv. tienjarig bestaan onderneming).

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief