Belastingvrije loonbonussen: grensbedragen

Eind 2007 werd een wettelijk kader gecreëerd dat werkgever toelaat om, vrij van belastingen en RSZ-bijdragen, zogenaamde niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen toe te kennen. Er zijn wat voorwaarden na te leven en er is ook een grensbedrag. Recent werd het grensbedrag voor 2020 bekendgemaakt.

Voorwaarden

Een 'niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel' ... de naam bevat eigenlijk alle sleutelelementen van het stelsel.
Het gaat om een voordeel of bonus die 'resultaatsgebonden' is. Dit betekent dat de bonus die u toekent, gekoppeld is aan het resultaat van de onderneming. U zet dus doelstellingen op en de bonus wordt toegekend als die doelstellingen gehaald worden.
Het moet ook een 'niet-recurrent' voordeel zijn. Dat ligt feitelijk ingebakken in het gegeven dat u een doelstelling moet zetten over een bepaalde periode. Als die periode voorbij is, is het bonusplan ook voorbij.
U moet de bonus toekennen aan gans het personeel of minstens aan een bepaalde groep en u moet toekennen op basis van objectieve criteria.

Vrij van belastingen en van RSZ (of toch bijna)

De bonus is vrijgesteld van personenbelasting voor de werknemer. Voor RSZ-doeleinden wordt het voordeel niet als loon beschouwd en er worden daarom geen gewone RSZ-bijdragen op ingehouden. Maar er zijn wel enkele 'bijzondere bijdragen' verschuldigd: in hoofde van de werkgever is er de bijzondere bijdrage van 33% en in hoofde van de werknemer een solidariteitsbijdrage van 13,07%.
Voor de werkgever zijn zowel de bonus als de bijzondere bijdrage aftrekbare beroepskosten.

Grensbedragen voor 2020

Er is ook een limiet op het bedrag dat u als werkgever mag uitkeren. Het grensbedrag is gekoppeld aan de gezondheidsindex. Begin december werden de nieuwe grensbedragen gepubliceerd voor de voordelen die worden betaald vanaf 1 januari 2020:

Voor RSZ-doeleinden bedraagt het grensbedrag 3.413 euro (tegenover 3.383 euro in 2019).

Voor fiscale doeleinden bedraagt het grensbedrag 2.968 euro (tegenover 2.942 euro in 2019).

Het verschil tussen de twee bedragen is te verklaren door de solidariteitsbijdrage van 13,07% die u moet inhouden ten laste van de werknemer.
Deze bedragen gelden per kalenderjaar en per werknemer.

Bij overschrijding van de limiet wordt het overschrijdend deel van de bonus als gewoon loon beschouwd wat betekent dat u als werkgever a) de gewone RSZ-bijdrage van de werkgever moet betalen, b) de gewone RSZ-bijdrage van de werknemer moet inhouden en vooral c) de bedrijfsvoorheffing moet inhouden.

Als u een bonusplan wil invoeren moet u nog heel wat formaliteiten en procedures doorlopen. Sinds 1 januari 2019 zijn er nieuwe en verplicht te gebruiken formulieren en sinds maart 2019 kan u de procedure ook deels online doorlopen (via www.bonusplannen.be). Belangrijk is dat u tijdig begint. De deadline voor het indienen van een toekenningsplan tot loonbonus voor het kalenderjaar 2020 is 30 april 2020.

Nieuws

Eén van de belangrijke hervormingen uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de zogenaamde dubbele uitkeringstest. BV’s en CV’s mogen enkel nog maar dividenden uitkeren als de netto-actieftest en de liquiditeitstest een positief resultaat geven. Voor NV’s geldt enkel de netto-actieftest.

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief