Interestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties ongewijzigd

De interestvoet van toepassing in geval van betalingsachterstand in handelstransacties wordt om de zes maanden bepaald. Het percentage ligt sinds het tweede semester van 2016 op … 8%.

Handelstransacties

De rentevoet geldt enkel bij handelstransacties. Dit zijn transacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen een vergoeding (het gaat om kleinere overheidsopdrachten waarbij de overheid de afnemer van de dienst is).
De rentevoet is ook van toepassing voor transacties tussen vrije beroepers, zelfstandigen of non-profitbedrijven.

Deze interestvoet geldt daarentegen niet:

in burgerlijke zaken;

in handelszaken (transacties tussen een handelaar en een particulier);

in fiscale zaken;

in sociale zaken.

De interest is van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd als de schuldenaar niet betaalt binnen de wettelijke of de overeengekomen betalingstermijn.
Let wel: de partijen kunnen een andere regeling afspreken over de wijze waarop betalingsachterstand vergoed moet worden.

Andere interestvoeten

De interestvoet wegens betalingsachterstand bij handelstransacties mag niet verward worden met de wettelijke interestvoet. Hij wordt slechts één keer per jaar vastgelegd. Momenteel (voor 2020) bedraagt die slechts 1,75%.
De wettelijke interestvoet is van toepassing in burgerlijke zaken (zoals privézaken tussen natuurlijke personen) en op transacties tussen handelaars en particulieren (zogenaamde handelszaken).
Ook hier geldt als regel dat de partijen een andere regeling (en meer in het bijzonder een ander tarief) kunnen overeenkomen.

In fiscale zaken maken we een onderscheid tussen nalatigheidsinteresten (die u als belastingplichtige verschuldigd bent als u te laat betaalt) en moratoriuminteresten (die de Schatkist betaalt aan u bij laattijdige terugbetaling van belastingen). Het tarief van de nalatigheidsinteresten hangt af van de het tarief van de lineaire obligaties op tien jaar. Voor 2020 is de rentevoet van de nalatigheidsinteresten vastgelegd op 4%. De rentevoet van de moratoriuminteresten is gelijk aan de helft van die van de nalatigheidsinteresten dus 2%.

Ten slotte is er ook een rentevoet voor sociale zaken: hier geldt een vast tarief van 7%.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief