Loss carry-back en verdeling van het eigen vermogen

Met de achterwaartse verliesverrekening of loss carry-back wilde de regering de liquiditeitspositie van ondernemers in coronatijden vrijwaren. Maar de gunstmaatregel is enkel mogelijk als de vennootschap haar eigen liquiditeitspositie niet hypothekeerde door de uitkering van dividenden of meer algemeen door een ‘verdeling van het eigen vermogen’. Hoe zit het dan met tantièmes?

De loss carry-back in het kort

De Corona III-wet laat ondernemers (zowel natuurlijke personen als vennootschappen) toe om het verlies dat zij mogelijk zullen lijden door de coronacrisis, af te trekken, niet van toekomstige winsten, maar van winsten uit het voorgaande jaar.

Concreet betekent dit dat als een vennootschap in 2020 bijvoorbeeld 100 verlies maakt, het niet moet wachten tot 2021 om dat verlies af te trekken van de winsten van 2021 (aangifte 2022), maar die 100 al kan aftrekken van de winst van 2019 (aangifte 2020).
Je kan dat verlies uiteraard slechts 1 keer aftrekken: in de aangifte over de inkomsten van 2020 (die u moet doen in 2021), zal u dat verlies dus niet meer in aftrek kunnen brengen.
Wat is dan het voordeel? Door de loss carry-back vermijdt u dat u de belasting over inkomsten van 2019 moet betalen terwijl u tegelijk een verlies moet boeken in 2020.

Geen verdeling van het eigen vermogen

Om te beletten dat deze maatregel ten goede komt van ondernemingen die het eigenlijk niet nodig hebben zijn er allerlei voorwaarden voorzien. Eén van die voorwaarden is dat de vennootschap geen dividenden mag uitgekeerd hebben in de coronaperiode (lees: van 12 maart 2020 tot en met de dag van de indiening van de aangifte verbonden met het aanslagjaar 2021). Ook de inkoop van eigen aandelen en een kapitaalverlaging zijn in die periode uit den boze. Dat is niet onlogisch omdat dit allemaal verrichtingen zijn die uw liquiditeitspositie negatief beïnvloeden. Dan is het volgens de regering ook niet nodig om u tegemoet te komen met een maatregel die uw liquiditeitspositie moet verbeteren.
De regering heeft deze verrichtingen echter nogal ruim omschreven. Naast dividenden, inkoop van eigen aandelen en kapitaalverminderingen lezen we in de wet ook "elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen" .

Tantièmes

In een circulaire schrijft de belastingadministratie dat tantièmes een probleem kunnen vormen.
Als de tantièmes geherkwalificeerd kunnen worden in dividenden, zal de vennootschap geen beroep kunnen doen op de loss carry-back. Dat zal met name het geval zijn als de bedrijfsleider tevens ook aandeelhouder of vennoot is van de vennootschap.
Omgekeerd zou een tantième aan een bedrijfsleider die geen aandeelhouder is, dus geen beletsel mogen zijn.

Maar de minister van Financiën ziet dat toch anders. In antwoord op een parlementaire vraag geeft hij te kennen dat de wettekst terzake duidelijk is. De woorden “elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen” sluiten elke uitzondering uit. Ook een tantième blokkeert de achterwaartse verliesverrekening.

De minister is wel bijzonder streng en de vraag stelt zich wat de impact van zijn uitspraak is, bijvoorbeeld voor bestuurders die in de loop van het boekjaar, voorschotten uitgekeerd krijgen op hun tantième.

Niet de enige maatregel

Noteer nog dat de voorwaarde dat er geen dividenduitkering mag zijn, niet alleen voorkomt bij de achterwaartse verliesverrekening. Ook de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing en de verhoogde bonificatietarieven in de voorafbetalingen zijn onderworpen aan deze voorwaarde. Ook daar geldt bijgevolg dat in de periode waar de belastingplichtige het voordeel geniet er geen tantième mag uitgekeerd zijn.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief