Fiscale gevolgen voor zelfstandigen van uitstel van betaling van sociale bijdragen

De vorige regering besliste om zelfstandigen uitstel van betaling te verlenen voor de betaling van hun sociale bijdragen. Maar wat is de impact daarvan op de fiscale aftrekbaarheid van die bijdragen?

Uitstel van betaling

Kort na de eerste lockdown (en dus het wegvallen van de inkomsten) besliste de regering om tal van fiscale en sociale vervaldagen uit te stellen. U mocht de betaling (en aangifte) van de BTW een maand later doen, de voorafbetalingen van het derde en vierde kwartaal geven een grotere bonificatie zodat de voorafbetaling van het tweede kwartaal wat minder mocht zijn.

Inzake sociale zekerheid kreeg u, op verzoek, een uitstel van betaling voor enerzijds de sociale bijdragen van 2020 en anderzijds de regularisatiebijdragen met betrekking tot kwartalen van 2018 die vervielen op 31 maart 2020, 30 juni 2020, 30 september 2020 en 31 december 2020. De regering verleende voor die vervaldagen een jaar uitstel.

Schematisch

Bijdrage voor het eerste kwartaal 2020: normaal vóór 31/03/2020, nu 31/03/2021
Bijdrage voor het tweede kwartaal 2020: normaal vóór 30/06/2020, nu 30/06/2021
Bijdrage voor het derde kwartaal 2020: normaal vóór 30/09/2020, nu 30/09/2021
Bijdrage voor het vierde kwartaal 2020: normaal vóór 31/12/2020, nu 15/12/2021 (!)

Regularisatiebijdragen 2018 die vervielen op 31/03/2020, moeten vóór 31/03/2021 betaald worden
Regularisatiebijdragen 2018 die vervielen op 30/06/2020, moeten vóór 30/06/2021 betaald worden
Regularisatiebijdragen 2018 die vervielen op 30/09/2020, moeten vóór 30/09/2021 betaald worden
Regularisatiebijdragen 2018 die vervielen op 31/12/2020, moeten vóór 15/12/2021 betaald worden

Gevolgen voor de VAPZ

De bijdragen die u als zelfstandige betaalt voor een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) zijn aftrekbaar als beroepskost als u uw sociale bijdragen op tijd betaalt. Als u dus effectief het uitstel zou krijgen, dan stelt zich de vraag of u dan ook in aanmerking komt voor de aftrek van die VAPZ-bijdragen.

In oktober verklaarde de belastingadministratie dat ze bij wijze van eenmalige administratieve tolerantie, de fiscale aftrekbaarheid van de in 2020 betaalde VAPZ-bijdragen niet zal verwerpen om de enkele reden dat de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van het betalingsuitstel van zijn socialezekerheidsbijdragen in het kader van COVID-19.

Met andere woorden, u mag de in 2020 betaalde premies VAPZ fiscaal aftrekken in twee gevallen: ofwel heeft u de in 2020 verschuldigde sociale bijdragen gewoon betaald, ofwel heeft u er uitstel voor gekregen. Als u niet betaalde maar u geen uitstel verkreeg, dan zijn de VAPZ-premies dus niet aftrekbaar.
 
In 2021 zal u de VAPZ-bijdragen mogen aftrekken, opnieuw op voorwaarde dat u de sociale bijdragen van 2021 betaalt maar bijkomend moet u dan ook de bijdragen van 2020 betalen. Stel dat u in 2021 de bijdragen niet kan betalen, dan zijn enkel de VAPZ-premies van 2021 niet aftrekbaar. De aftrek van de premies van 2020 blijft verworven.

Gevolgen voor het belastingkrediet

Het belastingkrediet voor zelfstandigen (artikel 289bis WIB92) is een belastingkrediet dat wordt toegekend voor de aangroei van de eigen middelen. Om het belastingkrediet te krijgen, moet u bij uw belastingaangifte een attest voegen dat bevestigt dat u in orde bent met de betaling van uw socialezekerheidsbijdragen als zelfstandige.
 
Ook hier stelt zich de vraag of u dat attest kan voorleggen als u de bijdragen niet betaalde omdat u uitstel kreeg. De administratie bevestigt i.c. een administratieve tolerantie: u zal van het fiscale voordeel van het belastingkrediet voor inkomstenjaar 2020 kunnen genieten als u de bijdragen niet betaalde omdat u uitstel kreeg.

In 2021 moet u de sociale bijdragen wel betalen, niet alleen die van 2021, maar ook die van 2020. Als u dat niet doet, dan kan u geen belastingkrediet genieten voor 2021, maar het belastingkrediet van 2020 zal u niet meer verliezen.

Nieuws

Heeft u te veel btw doorgestort aan de Staat, dan heeft u de keuze: ofwel draagt u het krediet over naar de volgende maand of het volgende kwartaal, ofwel vraagt u de teveel betaalde btw terug. Maar voor een teruggave geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De vraag is nu: wanneer die termijn begint te lopen?

Wat gebeurt er als een aandeelhouder zijn aandelen overdraagt vóór de volstorting ervan? Ook onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) blijft die vraag relevant.

Uw werkgever installeert zonnepanelen op het dak van uw privéwoning. Waarom ? Om u een voordeel te bieden? Of misschien bent u wel de bedrijfsleider en is de vennootschap gevestigd in een deel van uw woning? Hoe zit dat fiscaal? De minister verrast.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief