Een ‘energiebudget’ voor uw personeel

Een belangrijke energieleverancier geeft de werkgevers de mogelijkheid om medewerkers gratis verwarming of elektriciteit aan te bieden. De werknemer wordt daarop belast, maar het belastbaar bedrag staat los van de werkelijke waarde van het voordeel, dat meestal hoger ligt.

Forfaitaire waarde van voordelen

Volgens de belastingwet wordt een werknemer of bedrijfsleider belast op de werkelijke waarde van de voordelen die de werkgever aanbiedt. Er wordt daarbij niet gekeken naar de kostprijs van het voordeel voor de werkgever, maar wel naar de waarde die het voordeel heeft voor de werknemer.

Om eindeloze discussies te vermijden, worden sommige voordelen forfaitair gewaardeerd. Een goedkope lening bijvoorbeeld, of een gratis woonst. Ook voor verwarming en elektriciteit bestaat er zo’n forfaitaire berekening, waar niet kan van afgeweken worden. Niet door de werkgever of werknemer, maar ook niet door de fiscus.

Sedert geruime tijd wordt de terbeschikkingstelling van gratis elektriciteit geschat op 470 euro per jaar (1.030 euro voor leidinggevend personeel en bedrijfsleiders) en op 930 euro (2.080 euro voor leidinggevend personeel en bedrijfsleiders) voor verwarming.

Product

Een grote energieleverancier bekwam recent een ruling om deze forfaitaire waardering ook toe te passen op een nieuw product dat hij lanceert. Concreet zal de werkgever met de energieleverancier een contract afsluiten voor de levering van energie en verwarming aan personeelsleden. De werkgever biedt zijn personeel een energiebudget aan, maar het product kan ook perfect passen in een zogenoemd cafetariaplan, waarbij de werknemer meerdere alternatieve verloningsvormen aangeboden krijgt – zoals een bedrijfswagen, een bedrijfsfiets, maaltijdcheques of warrants.

De werknemer die in dit systeem stapt, wordt logischerwijze belast op een voordeel van alle aard dat op forfaitaire wijze wordt gewaardeerd (zoals hierboven beschreven).

De factuur die de werkgever betaalt (en die wellicht heel wat hoger ligt dan de forfaitaire waarde van het voordeel) is integraal aftrekbaar.

Modaliteiten

De werkgever moet de werknemers een vooraf bepaald budget toekennen, eventueel afhankelijk van de functiecategorie waarin de werknemer is ingedeeld. Het budget kan met andere woorden verschillen naargelang de functie die wordt uitgeoefend.

Als de werknemer beslist om in te stappen in het energiebudget, sluit de werkgever een contract af met de energieleverancier om bij die bepaalde werknemer energie te leveren.

Er is uiteraard ook een overeenkomst tussen de werkgever en de werknemers met betrekking tot de principes van het budget voor verwarming of elektriciteit. Die overeenkomst moet trouwens ook een clausule van ‘voorzichtig en redelijk persoon’ (het vroegere ‘goede huisvader’) bevatten. De bedoeling is te vermijden dat de werknemer nutteloos begint te verwarmen, ramen en deuren laat openstaan, enz. De clausule laat toe dat de werkgever actie onderneemt om een overdreven energieverbruik te vermijden (bv. een weigering om in de toekomst nog deel te mogen nemen aan het budget voor verwarming of elektriciteit).

De werknemer beslist zelf om al dan niet in te tekenen op het budget.
Hij heeft er belang bij om zijn verbruik zo laag mogelijk te houden omdat het deel van het budget dat hij niet gebruikt, uitgekeerd kan worden als loon, belastbaar volgens de gebruikelijke regels.
De werknemer kan trouwens op elk moment overstappen naar een andere energieleverancier en zal zodoende niet meer onder het budget voor verwarming of elektriciteit vallen.

Gaat de werknemer boven zijn budget, dan moet hij het verschil uit eigen zak bijbetalen.
Let op: die bijbetaling is géén zogenaamde ‘eigen bijdrage’, zoals bij de bedrijfswagen. Als de bedrijfsleider of een personeelslid zelf een deel van de autokosten moet betalen, dan is dat een zogenaamde eigen bijdrage die van het bedrag van het voordeel mag worden afgetrokken. De som die uw werknemer betaalt omdat hij zijn energiebudget heeft overschreden, is geen eigen bijdrage en mag niet worden afgetrokken van het belastbaar voordeel.

Kostenaftrek versus belastbaar voordeel

De sommen die de werkgever betaalt aan de energieleverancier, worden beschouwd als een onderdeel van de bezoldiging van de werknemer. Dat betekent dat ze aftrekbaar zijn als personeelskost op voorwaarde dat ze worden opgenomen op de fiscale loonfiche.

De werkgever zal de werkelijk betaalde sommen kunnen aftrekken, terwijl de werknemer slechts belastbaar is op het (veelal lager) forfaitair gewaardeerde voordeel.
Wordt het energiebudget de nieuwe ‘salariswagen’?

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief