Verlenging levensduur van maaltijdcheques en varianten

Onze fiscale en sociale wetgeving biedt een kader voor een reeks vergoedingen die als loon kunnen kwalificeren maar waar dat om sociale redenen niet wenselijk is. De verschillende soorten cheques (zoals maaltijdcheques en ecocheques) vallen daaronder. Door de lockdown konden ze niet gespendeerd worden. Het bleek dus nodig hun vervaltermijn uit te stellen.

Twee initiatieven

Tijdens de eerste lockdown nam de regering Wilmès de beslissing om de geldigheidsduur van maaltijdcheques, ecocheques, sportcheques en cultuurcheques te verlengen als zij vervielen in de maanden maart, april, mei of juni 2020. De regering De Croo moest dat voor de tweede lockdown nog eens doen, maar dan met betrekking tot de cheques die vervielen in de maanden november en december 2020 en januari, februari of maart 2021.

Via een wet eind 2020 werd deze verlenging ook fiscaal geregeld. Het gevolg is dat:

maaltijdcheques die in bovenstaande periode vervallen, met 6 maanden worden verlengd;

ecocheques die in bovenstaande periode vervallen, ook met 6 maanden worden verlengd;

sport- en cultuurcheques met een geldigheidsduur tot 30 september 2020 geldig blijven tot 30 september 2021.

Diezelfde wet biedt de regering de mogelijkheid om de geldigheidsduur van de maaltijd- en ecocheques die in mei of juni 2020 zouden vervallen en die met 6 maanden werd verlengd, nog eens met 6 maanden verlengen.
Ook mag de regering voor alle maaltijd- en ecocheques - of van een deel ervan - de verlenging van 6 maanden op maximum 12 maanden brengen, maar dan moet dat wel via wet bekrachtigd worden.

Cheques die niet verlengd werden

Deze kwestie speelt niet voor sport- en cultuurcheques omdat die enkel op 30 september kunnen vervallen en hun looptijd dus meteen met 1 jaar werd verlengd.
Maar wat met maaltijd- en ecocheques die in 2020 vervielen maar niet verlengd werden op basis van de bovenstaande regeling? Met andere woorden cheques met vervaldatum januari, februari en juli tot oktober 2020.

Voor die cheques werd een andere oplossing bedacht. Ze moeten heruitgegeven worden door de maatschappij, voor hetzelfde bedrag als van de in 2020 vervallen cheques. Ze komen terug toe aan de werknemer zonder bijkomende kosten voor de werknemer of de werkgever.
De cheque moet een geldigheidsduur hebben van (opnieuw) 12 maanden (maaltijdcheques) of 24 maanden (ecocheques) vanaf de datum van de terbeschikkingstelling aan de werknemer indien het een papieren ecocheque betreft of 24 maanden te rekenen vanaf het ogenblik dat de cheque op de rekening wordt gestort.

Het is wat merkwaardig om vast te stellen, maar de cheques die niet vervielen in de lockdownperiode hebben eigenlijk een gunstigere regeling dan diegene die wel in een lockdownperiode vervielen. Bovendien worden de cheques die vervielen in januari en februari 2020 ook “gered” terwijl er op dat ogenblik geen sprake was van een coronacrisis (althans niet in ons land).

Consumptiecheques

Sinds eind juli 2020 kennen we ook de consumptiecheque. Het gaat over een cheque (elektronisch of op papier) van de werkgever aan de werknemer waarvan de totale som niet meer mag bedragen dan 300 euro. Bovendien kunnen de cheques enkel gespendeerd worden in de horeca, of aan cultuur en sport.
Het stelsel was tijdelijk: de cheques moesten uiterlijk op 31 december 2020 uitgereikt zijn. En ze waren maar geldig tot 7 juni 2021.
Die termijn werd eind 2020 verlengd. De nieuwe vervaldag voor de cheques is 31 december 2021. Ze kunnen bovendien nog uitgegeven worden tot 30 juni 2021.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief