Belasting op de aanbrengpremie voor nieuw personeel

De zoektocht naar goed personeel lijkt voor veel bedrijven meer op een calvarietocht. Heel wat bedrijven belonen een tip voor het aanbrengen van een nieuwe medewerker dan ook met een aanbrengpremie. De fiscale Rulingcommissie liet onlangs haar licht schijnen op het belastingstelsel van die aanbrengpremies.

De feiten

X is een dienstverlenende onderneming. Omdat zij – net als vele andere bedrijven uit de sector – geen geschikt personeel vindt, beslist ze om een aanbrengpremie uit te betalen aan al wie een geschikte kandidaat-werknemer aanbrengt. De premie kan dus zowel aan de eigen werknemers, als aan derden toegekend worden. Het initiatief wordt wereldkundig gemaakt via allerlei kanalen, waaronder de eigen website, social media, enz. Het bedrag van de premie is afhankelijk van het profiel van de aangebrachte kandidaat, en meer bepaald van diens relevante werkervaring.

Voorwaarden

Om de premie te kunnen krijgen, moeten enkele voorwaarden vervuld zijn:
- enkel nieuwe kandidaten kunnen voorgesteld worden. Ex-medewerkers, stagiairs, jobstudenten, … komen niet aanmerking;
- de kandidaat moet aangebracht worden via een specifieke procedure;
- alle vacante functies die op de website van X gepubliceerd worden, komen in aanmerking voor de aanbrengpremie;
- de aanbrenger wordt na het aanwervingsproces geïnformeerd over de beslissing; en
- de kandidaat moet minstens 6 maanden in dienst blijven. Na die 6 maanden wordt de aanbrengpremie uitgekeerd.
Een persoon kan meermaals per jaar in aanmerking komen voor een aanbrengpremie.

Eigen personeel of derden

Zoals hierboven al werd aangehaald, komen zowel de eigen personeelsleden, als andere personen van buiten de onderneming, in aanmerking voor de aanbrengpremie.
Het eigen personeel omvat elke werknemer die op het ogenblik van het aanbrengen van de kandidaat-werknemer in dienst is bij X. HR-medewerkers en de vennoten en bestuurders van X zijn uitgesloten.
Onder de andere personen van buiten de onderneming vallen alle personen die niet in dienst zijn bij X, met uitsluiting van externe HR-bedrijven, interimkantoren, vakbondsorganisaties,…

Hoe wordt de aanbrengpremie bij de werknemers belast?

De wet omschrijft bezoldigingen en wedden als alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever. Op basis van die definitie zijn geschenken of kortingen die een werkgever aan het personeel geeft in de regel een vorm van belastbaar loon. Een aanbrengpremie zou daar ook kunnen onder vallen.

Maar, zegt de Rulingcommissie, de Administratie laat de belastingplichtigen wel toe om aan te tonen dat een voordeel wordt toegekend om een ándere reden dan de arbeidsrelatie, of nog dat het voordeel evengoed had kunnen verkregen worden indien de beroepswerkzaamheid niet werd uitgeoefend. En dat is precies wat hier gebeurt: de aanbrengpremie staat niet alleen open voor het eigen personeel, maar ook voor derden. Om die reden moet de uitkering van de aanbrengpremie aan het eigen personeel niet als loon worden beschouwd. De uitkering moet op dezelfde manier belast worden als bij derden die de aanbrengpremie ontvangen.

Hoe wordt de aanbrengpremie bij derden belast?

Waar de Rulingcommissie in eerste instantie redelijk tolerant lijkt te zijn voor de belasting van de aanbrengpremie bij het eigen personeel, is ze wel streng voor wat de aanbrengpremie bij derden betreft. Volgens de Rulingcommissie moet de aanbrengpremie daar als een toevallige prestatie beschouwd worden; dus zowel bij derden, als bij het eigen personeel. Dat betekent dat de premie belastbaar is als een divers inkomen, aan een belastingtarief van 33%. 

De begunstigde mag zijn kosten in mindering brengen, maar er is geen forfait: enkel de werkelijk bewezen kosten kunnen afgetrokken worden.

Bovendien meent de Rulingcommissie dat het maar om ‘toevallige prestaties’ kan gaan als de aanbrengpremie niet meer dan twee keer wordt toegekend aan eenzelfde persoon. U moet die voorwaarde beschouwen als het resultaat van de onderhandelingen in dit concrete dossier. Het is zeker geen regel die in de wet staat ingeschreven.

De vraag is trouwens wat er gebeurt als één persoon méér dan 2 personen zou aanbrengen? Wordt de vergoeding dan ‘loon’?

Beter voor eigen personeel

Ondernemingen die een aanbrengpremie willen toekennen, kunnen overwegen om ook buitenstaanders te belonen voor het aanbrengen van nieuwe medewerkers. Dat komt in elk geval hun eigen personeel ten goede, al is dat in beperkte mate. 

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief