Over & out voor het begrip handelaar

Een wet van 15 april 2018 zet een omvangrijke hervorming van ons ondernemingsrecht om in de praktijk. Het begrip handelaar wordt afgeschaft. In de plaats daarvan wordt er een nieuwe ondernemingsdefinitie ingevoerd. Het bewijsrecht verhuist naar het Burgerlijk Wetboek. De wijzigingen treden in principe op 1 november 2018 in werking.

Nieuw ondernemingsbegrip een feit

Schrap de notie handelaar uit uw geheugen. De noties handelaar en koophandel verwijzen naar vorige eeuw. Het begrip is verouderd en komt in conflict met de huidige economische realiteit. Na meer dan 200 jaar maakt het begrip plaats voor een modern ondernemingsbegrip. Het nieuwe begrip onderneming vervangt dus het begrip “handelaar”, “koopman”, “handelsvennootschap” en verwante begrippen. En de nieuwe definitie is ruim. Met ondernemingen worden bedoeld:

natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen (dus ook de beoefenaars van een vrij beroep);

rechtspersonen. Ook vzw's en stichtingen, zelfs als ze geen goederen of diensten aanbieden op een markt. Publiekrechtelijke rechtspersonen ook tenzij ze geen goederen of diensten aanbieden op een markt. Maar niet de federale staat en zijn gedecentraliseerde entiteiten;

andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die een uitkeringsoogmerk hebben en uitkeringen doen aan hun leden of personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie. Een voorbeeld kan dit verduidelijken: de zgn. 'feitelijke verenigingen' vallen buiten het ondernemingsbegrip terwijl de maatschappen en de andere vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid wel onder het ondernemingsbegrip vallen.

Het gebruik van het materieel criterium (economisch doel nastreven) maakt met andere woorden plaats voor een definitie met formele criteria.

Gevolgen voor het bewijsrecht: ja

Deze wijziging heeft uiteraard gevolgen voor het bewijsrecht.
Het handelsbewijsrecht dat we nu terugvinden in het Wetboek van koophandel -dat dateert uit 1808!- wordt hervormd tot het ondernemingsbewijsrecht. De ondernemingsbewijsregels worden opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Ze gelden voor alle ondernemingen die onder het nieuwe ondernemingsbegrip vallen. Het zal dus ook gelden tussen en tegen vrije beroepers, vzw's, stichtingen, enz.
De rechtbank van koophandel heet voortaan trouwens de ondernemingsrechtbank.

Gevolgen voor de bewijsvrijheid: neen

Inhoudelijk noteren we in feite geen wijzigingen aan het bewijsrecht.
Tussen of tegen ondernemingen kan het bewijs geleverd worden door alle middelen van recht, behoudens wettelijke uitzonderingen.
Die bewijsvrijheid geldt wel alleen voor handelingen gesteld door een onderneming. Zij geldt dus niet voor ondernemingen die een bewijs willen leveren tegen een partij die geen onderneming is. Deze laatste kan dan wel weer alle middelen van recht gebruiken.

Rechtshandelingen van natuurlijke personen die een onderneming voeren, maar die vreemd zijn aan de onderneming, blijven onderworpen aan de bewijsregels die gelden in burgerlijke zaken. Dit betekent dat zelfstandige natuurlijke personen die onderneming zijn, inclusief vrije beroepen en landbouwers, enkel in het kader van die zelfstandige activiteit, maar niet in het kader van huwelijksproblemen, voor de ondernemingsrechtbank moeten verschijnen.

Boekhouding als bewijs

De boekhouding van een onderneming kan als bewijs dienen tussen ondernemingen. De vereiste dat het dan moet gaan over een 'regelmatig' gehouden boekhouding wordt geschrapt. Ondanks die schrapping zal het regelmatig karakter van de boekhouding een rol blijven spelen als de rechter de bewijswaarde ervan beoordeelt.

De rechter kan in de loop van een geding de openlegging van de boekhouding (geheel of gedeeltelijk) bevelen. Hij kan dat ambtshalve doen of op vraag van een partij. Hij kan hierbij maatregelen opleggen om de vertrouwelijkheid van de stukken te waarborgen. Beperkingen aan de mogelijkheden van de rechter zijn niet langer voorzien.

De boekhouding is geen bewijs tegen personen die geen onderneming zijn, behalve de bepalingen inzake de eed.

Factuur als bewijs

De bewijswaarde van de factuur is uitgebreid tot alle soorten overeenkomsten en niet langer beperkt tot koop-verkoopovereenkomsten.
Een factuur die door een onderneming is aanvaard, levert bewijs op tegen die onderneming.

Vanaf november 2018

De hiervoor opgesomde maatregelen treden in principe in werking op 1 november 2018.
Een koninklijk besluit kan een vroegere datum vastleggen.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief