Fietsen naar het werk: de fiscale voordelen op een rijtje

Fietsen naar het werk: de fiscale voordelen op een rijtje

Als u naar het werk fietst, dan kan u rekenen op een aantal fiscale voordelen zoals een hogere belastingvrije kilometervergoeding. Ook voor uw werkgever is het fiscaal interessant om u bijvoorbeeld een bedrijfsfiets ter beschikking te stellen. Wij zetten alle fiscale fietsvoordelen op een rijtje. De fiscale voordelen gelden zowel voor werknemers als bedrijfsleiders.

De fietsvergoeding: tot 0,20 euro/km vrijgesteld

Als u met de fiets naar het werk rijdt, dan kan uw werkgever u belastingvrij een fietsvergoeding toekennen van maximum 0,20 euro per werkelijk afgelegde kilometer (inkomstenjaar 2009). De fietsvergoeding is voor u volledig vrijgesteld van belasting en moet u niet aangeven in uw aangifte personenbelasting. Er moeten evenmin socialezekerheidsbijdragen betaald worden op deze vergoeding.

Als u een vergoeding ontvangt die hoger is dan 0,20 euro/km, dan wordt het verschil aangemerkt als een belastbare bezoldiging. U betaalt dan op het gedeelte dat de 0,20 euro/km overschrijdt, zowel personenbelasting als sociale zekerheid.

In hoofde van de werkgever kan de fietsvergoeding worden afgetrokken als beroepskost.

Met de fiets naar het station

Als u uw traject met de fiets naar het werk vervolledigt met het openbaar vervoer zoals de trein, dan kan u ook nog steeds een vrijgestelde tussenkomst in uw abonnement ontvangen. De fietsvergoeding kan immers worden gecombineerd met andere vrijstelde werkgeversvergoedingen voor het woon-werkverkeer. Dit is alleen mogelijk zolang ze niet voor hetzelfde deel van het traject worden betaald.
 
Er zijn ook andere combinaties mogelijk zoals fiets en auto/vervoer georganiseerd door de werkgever, zolang de betaalde vergoedingen niet hetzelfde gedeelte van het woon-werk traject omvatten.

Aftrek als bewezen beroepskost

In principe kan u geen vervoerskosten inbrengen als u al een tussenkomst van uw werkgever ontvangt in uw woon-werkverkeer. Hierop bestaat één uitzondering en dat is de fiets. Als u met de fiets naar het werk gaat, dan kan u naast de belastingvrije tussenkomst van uw werkgever ook nog eens 0,20 euro per kilometer inbrengen als 'bewezen' beroepskost.

Een bedrijfsfiets ter beschikking stellen

Als u een bedrijfsfiets ontvangt van uw werkgever, dan moet u hierop geen belasting betalen. De fiets is een vrijgesteld sociaal voordeel dat u niet moet aangeven in uw aangifte personenbelasting. Er zijn geen specifieke richtlijnen over de maximumwaarde die de fiets mag hebben. Toch is het aangeraden om geen excessieve uitgaven voor supergesofisticeerde fietsen te doen. Op die manier kan u een mogelijke discussie met de fiscus vermijden.
Ter vergelijking, een bedrijfswagen is ook een voordeel dat u ontvangt in het kader van uw beroep. Dit voordeel wordt wel aangemerkt als een belastbare bezoldiging. Zo is het privégebruik van uw bedrijfswagen een voordeel van alle aard waarop u belasting betaalt.

120% aftrek voor fietsenstalling

De kosten die een onderneming maakt om een fietsenstalling te installeren, zijn voor 120% aftrekbaar. Het moet gaan om een fietsenstalling die wordt geïnstalleerd om de werknemers aan te moedigen met de fiets naar het werk te komen.

Volgende kosten komen in aanmerking voor de 120% aftrek:

De fietsenstalling zelf: aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een fietsenstalling te installeren.

Kleedruimte of sanitaire voorzieningen: aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een kleedruimte of sanitair (al dan niet met douches) te installeren.

Aankoop van fietsen en toebehoren (zoals een fietshelm).

Onderhoud van de fietsen.

Praktisch gezien zal de onderneming jaarlijks het normale bedrag van de afschrijving van deze activa verhogen met 20 percent. Bij een latere verkoop zal de bijkomende 20 percent niet mee in rekening genomen worden om de meer- of minderwaarde te bepalen.

Fietsen moeten lineair worden afgeschreven op ten minste drie jaar.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief