Startbaanregeling schrapt startbaankaart

Startbaanregeling schrapt startbaankaart

Werken bij u minstens 50 werknemers? Dan bent u verplicht een vastgesteld aantal jongeren tewerk te stellen met een startbaanovereenkomst. Vanaf 1 april ll. is er procedureel ‘t een en ’t ander verandert. De voordelen blijven wel ongewijzigd.

Startbaanverplichting

De startbanenverplichting is in principe van toepassing op alle werkgevers die ten minste 50 werknemers in dienst hebben op 30 juni van het voorgaande kalenderjaar. De verplichting geldt zowel voor werkgevers uit de privésector als voor openbare werkgevers.
Het aantal jongeren dat in de privé in dienst moet worden genomen met een startbaanovereenkomst (SBO), bedraagt 3% van het personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten tijdens het tweede kwartaal van het voorgaande jaar.

Vrijstelling

Sommige werkgevers kunnen onder bepaalde voorwaarden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de startbaanverplichting bekomen (bv. werkgevers die zich in moeilijkheden bevinden, werkgevers die een geleidelijke afbouw van het personeelsbestand kennen, werkgevers in een sector die redelijke inspanningen heeft geleverd ten gunste van de werkgelegenheid en werkgevers die met de minister een tewerkstellingsovereenkomst afsluiten). Vanaf 1 januari 2010 geldt een nieuwe vrijstelling: een werkgever kan voor een derde worden vrijgesteld van zijn verplichting als hij een aantal stageplaatsen aanbiedt.

Jongeren

Verschilllende jongeren komen in aanmerking voor het vervullen van de startbaanverplichting. Ze moeten werkzoekend zijn en jonger dan 26. Daarnaast zijn er bijzondere gevallen, jongeren die dubbel tellen voor de berekening van de startbaanverplichting: nl. jongeren van buitenlandse afkomst en mindervalide jongeren. Vanaf 1 april 2010 zijn de categorieën van dubbeltelling uitgebreid naar jongeren met een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst gecombineerd met een opleiding (SBO type II) en een leerovereenkomst of een andere vorm van opleidingsovereenkomst (SBO type III).

Startbaanregeling

De startbaanovereenkomst kan drie vormen aannemen:

een gewone arbeidsovereenkomst (SBO type I);

een arbeidsovereenkomst gecombineerd met een opleiding (SBO type II);

een leer, stage- of inschakelingsovereenkomst (SBO type III).

Startbaankaart

De startbaankaart bewees tot voor kort dat de jongere aan de voorwaarden voldoet om met een startbaanovereenkomst te worden aangeworven. Vanaf 1 april 2010 is het formulier waarmee de werknemer een startbaankaart vraagt, afgeschaft. De aanvraag gebeurt nu door middel van het gewijzigde formulier C63 Werkkaart. De startbaankaart is niet meer nodig om aan te tonen dat een bepaald type van arbeids- of opleidingsovereenkomst een startbaanovereenkomst is. De gegevens nodig om de doelgroepvermindering toe te kennen, zijn nu opgenomen in een aparte werkkaart: werkkaart Start.

Voordelen

In het kader van startbaanovereenkomsten kan u genieten van een doelgroepvermindering (vermindering van de RSZ-werkgeversbijdragen) voor de indienstneming van bepaalde laaggeschoolde jongeren. Er bestaan drie types bijdrageverminderingen binnen deze doelgroepvermindering "Jonge werknemers": voor "zeer jonge werknemers" die worden tewerkgesteld vóór 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden en die nog niet aan alle takken van de sociale zekerheid zijn onderworpen; voor laaggeschoolde of erg laag geschoolde startbaners van 19 tot 26 jaar; en voor jonge werknemers met een laag loon van 19 tot 29 jaar.
De laaggeschoolde jongere van minder van 26 jaar kan onder bepaalde voorwaarden genieten van een geactiveerde werkloosheidsuitkering. Die werkuitkering kan u aftrekken van het nettoloon.

Einde startbaan

Een startbaan eindigt wanneer de tewerkstelling van de jongere eindigt. Blijft de jongere in dienst bij dezelfde werkgever, dan eindigt zijn startbaan op de laatste dag van het kwartaal waarin hij of zij 26 jaar wordt.

Meer info

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt, Ernest Blerotstraat 1 te 1070 Brussel, tel. 02 233 41 11, www.werk.belgie.be, mail: wea@werk.belgie.be

Nieuws

De regeringen van ons land gebruiken meerdere technieken om de relance van de economie in het post-corona tijdperk te bewerkstelligen. Een belastingverlaging voor wie doorgaat met investeren is er één van.

Echt uitstel kunnen we het niet noemen: wie zijn jaarrekening te laat neerlegt, zal een bijzondere bijdrage voor laattijdige neerleggingen niet moeten betalen. Maar, u krijgt slechts 2 maanden extra.

In het verleden ondernam de wetgever al meerdere pogingen om via fiscale voordelen de Belgische spaarder te verleiden om te beleggen in aandelen. De twee meest recente initiatieven zijn “tax shelters”. De ene voor startende ondernemingen, de andere voor groeibedrijven. Met de Coronawet III komt er daar een derde bij.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief