De federale jobkorting blijft bestaan

De federale jobkorting blijft bestaan

Naar aanleiding van de afschaffing van de Vlaamse jobkorting heeft de minister van Financiën laten weten dat de «federale jobkorting» blijft bestaan. Eerder kondigden we aan dat de Vlaamse regering beslist heeft om de Vlaamse jobkorting vanaf 2011 af te schaffen. De federale jobkorting blijft dus bestaan, maar dan wel onder een andere vorm.

Jobkorting voor alle werknemers die hun beroepskosten niet bewijzen

De "federale jobkorting" is een vermindering van de bedrijfsvoorheffing als gevolg van een verhoging van de forfaitaire beroepskosten. Deze jobkorting wordt jaarlijks toegekend. Tot 2010 gebeurde de verrekening in één keer, bijna steeds in de maand mei. Zo kregen in 2010 ongeveer 3,7 miljoen werknemers in die maand gemiddeld 88 euro meer.

Vanaf 2011 maandelijks verrekend

Vanaf 2011 wordt de verhoging van de aftrekbare forfaitaire beroepskosten rechtstreeks in de bedrijfsvoorheffing doorgerekend. In plaats van éénmaal een bijkomende vermindering te krijgen in de maand mei, wordt die vermindering gespreid over alle maanden van het jaar. Dat leidt tot een hoger netto maandloon.

Alleen werknemers die hun kosten niet bewijzen en dus beroep doen op de forfaitaire aftrek, hebben recht op de federale jobkorting. De forfaitaire kostenaftrek is er voor werknemers die praktisch geen werkelijke beroepskosten hebben. Zij kunnen toch genieten van een aftrek voor beroepskosten, de zogenaamde forfaitaire aftrek. Deze aftrek hangt af van het loon en bedraagt maximum 3.670 euro (aanslagjaar 2012 - inkomstenjaar 2011). Het forfait wordt in mindering gebracht van het brutobedrag van de beroepsinkomsten.

Niet voor werklozen en bedrijfsleiders

De jobkorting is niet van toepassing op werkloosheidsuitkeringen. De overheid heeft deze maatregel immers ingevoerd om het verschil tussen een inkomen uit arbeid en een werkloosheidsuitkering te vergroten. Op die manier wil men de werklozen stimuleren om opnieuw op de arbeidsmarkt te komen.

De jobkorting geldt niet voor de bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen van bedrijfsleiders. Tot 2009 konden ook bedrijfsleiders wel rekenen op een jobkorting.

Nieuws

De belastingadministratie heeft eind februari via een circulaire haar standpunt bekendgemaakt over de fiscale gevolgen van thuiswerk. De aanleiding is de COVID-19-crisis, maar het nieuwe standpunt staat verder los van de pandemie: ze geldt voor alle situaties van thuiswerk sinds 1 maart 2021.

Na twee Europese veroordelingen heeft België het belastingstelsel voor buitenlandse onroerende goederen aangepast. U krijgt tot eind 2021 om via een bijzondere aangifte de waarde van het inkomen van die buitenlandse onroerende goederen te bepalen. Daarna moet u er – misschien – belastingen op betalen.

We kunnen een uitgiftepremie het best definiëren als het verschil tussen het kapitaal vertegenwoordigd door nieuwe aandelen, en de prijs die u voor die aandelen moet betalen. Maar hoe moet dat als de vennootschap geen maatschappelijk kapitaal heeft?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief