Nieuwe databank verzamelt gegevens over aanvullende pensioenen

Nieuwe databank verzamelt gegevens over aanvullende pensioenen

In het kader van het Generatiepact dat er kwam naar aanleiding van het probleem van de vergrijzing, is de vzw SIGeDIS opgericht. Een van haar opdrachten is gegevens verzamelen met betrekking tot aanvullende pensioenen van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Een nieuwe databank zal zorgen voor een betere controle van de toepassing van de sociale en fiscale wetgeving terzake.

Pensioenpijlers

Ons pensioensysteem is gebaseerd op het “wettelijk pensioen” (pijler 1) dat de staat betaalt. De financiering gebeurt via verplichte bijdragen die worden ingehouden bij de werkgevers en werknemers.
Binnen bedrijven kan via een groepsverzekering een “aanvullend pensioen” met kapitaal of rente worden opgebouwd. Dit is de tweede pensioenpijler. De premies worden volledig of gedeeltelijk door de werkgever betaald. Wanneer de werknemer bijdraagt, geniet ook hij een fiscaal voordeel.
De derde pijler, het “individueel pensioensparen”, heeft betrekking op individuele spaarinspanningen. Er zijn twee formules, namelijk het langetermijnsparen en het pensioensparen, waarvoor de overheid een fiscaal voordeel verleent.
De vierde en laatste pijler groepeert het “persoonlijk vermogen” dat iemand tijdens zijn leven zal opbouwen onafhankelijk van de andere pijlers (bv. de eigen woning, een tweede verblijf, de huurwoning, de financiële portefeuille).

Databank 2de Pijler (DB2P)

Alle werkgevers die een aanvullend pensioenstelsel aanbieden aan hun werknemers, moeten een bijzondere bijdrage van 8,86% betalen op de bedragen van bepaalde aanvullende pensioenvoordelen. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) kan enkel tijdens een controle ter plaatse bij de werkgever controleren of die bedragen ook effectief worden aangegeven en of de inhouding correct is berekend.

Controle RSZ-inhouding

Dit verandert met de komst van de vzw SIGeDIS (Sociale Individuele Gegevens/Données Individuelles Sociales). Deze vzw zal op basis van een nieuwe databank “Aanvullende Pensioenen” (www.db2p.be) die dit jaar operationeel wordt, kunnen controleren of de speciale bijdrage voor de aanvullende pensioenen correct is gebeurd via de RSZ-aangifte. De databank maakt een geautomatiseerde controle mogelijk.

Controle 80%-grens

Ook de fiscus zal de toepassing van de 80%-regel en het fiscaal plafond beter kunnen controleren. Volgens de 80 %-regel mag de som van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen van de onderneming niet meer bedragen dan 80 % van het laatste brutoloon. De onderneming mag het totaal aan betaalde premies aftrekken, als ze deze fiscale regel naleeft.

Informatieverplichting

In de Databank Aanvullende Pensioenen komen dus de gegevens van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren met betrekking tot alle voordelen die zij in België en in het buitenland hebben opgebouwd in het kader van het aanvullend pensioen. De databank laat ook toe om 'vergeten' pensioenrechten op te sporen. Werknemers wisselen steeds vaker van onderneming waardoor zij tijdens hun loopbaan bij verschillende ondernemingen pensioenrechten opbouwen. Bovendien houden veel ondernemingen over een periode van 40 jaar op te bestaan en verhuizen veel werknemers waardoor de pensioeninstellingen geen adresgegevens meer hebben. De databank maakt het mogelijk alle rechten te identificeren zodat een pensioenopbouw ook steeds tot een aanvullend pensioen leidt. Wie een stand van zaken wil opvragen, moet zich identificeren via de site van SIGeDIS (www.sigedis.be).

Nouvelles

Le calcul de l'avantage de toute nature pour la voiture de société dépend entre autres de l'émission de CO2 du véhicule par rapport à " l'émission moyenne du parc automobile belge ". Cette émission moyenne a augmenté en 2018 et 2019, de sorte que l'avantage a diminué. Une nouvelle loi fait qu'il ne pourra plus diminuer.

Lorsqu'un travailleur se voit mettre une voiture de société à disposition, il est imposé sur un avantage de toute nature. Si ce travailleur paie une contribution pour cette voiture de société, cette contribution est déductible de l'avantage. Il semblerait en revanche que les frais que le travailleur prend personnellement en charge ne soient pas déductibles de l'avantage imposable.

Les dividendes sont en principe soumis à un précompte mobilier (Pr. M.) de 30 %. Mais il existe divers taux réduits, notamment pour les dividendes d'actions dites VVPR-bis. Le fisc a récemment fait savoir que les acomptes sur dividendes et les dividendes intercalaires d'actions VVPR-bis entraient également en considération pour le taux réduit.

Abonnez-vous à notre lettre d'info