De wettelijke intrestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties

De wettelijke intrestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties

De intrestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties wordt twee keer per jaar aangepast. Voor het eerste semester 2011 bedraagt hij 8%. Dat is hetzelfde percentage als in 2010 en de tweede jaarhelft van 2009.

Intrestvoet van 8%

De intrestvoet wordt elke zes maanden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De minister van Financiën heeft op 31 januari 2011 de wettelijke intrestvoet meegedeeld voor het eerste semester van dit jaar. Hij bedraagt 8% en geldt van 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011. De intrestvoet van 8% is alleen van toepassing als partijen in hun contract geen andere intrestvoet overeenkomen. De schuldeiser heeft “automatisch” recht op intresten als zijn schuldenaar hem laattijdig betaalt. Hij moet geen ingebrekestelling sturen. De intrest is ook verschuldigd na het verstrijken van een overeengekomen betalingstermijn.
De bijzondere wettelijke intrestvoet is hoger dan de gewone wettelijke intrestvoet waardoor wanbetaling duidelijk duur uitvalt voor schuldenaars. De wetgever wil hen zo aansporen om snel(ler) over te gaan tot betaling. De intrestvoet is al een tijd in dalende lijn. Het kan dus nuttig zijn om een vaste en zekere intrestvoet in uw factuurvoorwaarden op te nemen. Door het suppletief of aanvullend karakter van de intrestvoet mogen partijen er van afwijken en vrij het bedrag van de conventionele intrest bepalen. Let wel op want de rechter beslist uiteindelijk over de redelijkheid van de conventioneel bepaalde intrestvoet.

Handelstransacties

De intrestvoet van 8% geldt alleen voor handelstransacties. Dat zijn transacties tussen partijen die handelen in het kader van hun professionele werkzaamheden: 1) tussen ondernemingen onderling, of 2) tussen ondernemingen en overheidsinstanties. De transactie moet betrekking hebben op het leveren van goederen of op het presteren van diensten tegen een vergoeding. De intrestvoet geldt dus ook voor vrije beroepers, ambachtslui en landbouwondernemingen.
Hij is niet van toepassing op transacties tussen ondernemingen en consumenten (burgerlijke en handelszaken). Voor achterstallige betalingen van een consument is de wettelijke intrestvoet van toepassing. Die is voor 2011 bepaald op 3,75% (mededeling in het Belgisch Staatsblad van 18 januari 2011).
In fiscale zaken geldt een bijzondere regeling. De wettelijke intrestvoet in fiscale zaken bedraagt 7%. Die intrestvoet kan bij koninklijk besluit worden gewijzigd.

Wettelijke betalingstermijn: 30 dagen

De wet van 2 augustus 2002 die de wettelijke intrestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties heeft ingevoerd, bepaalt dat - indien u niets afspreekt - elke betaling tot vergoeding van een handelstransactie moet gebeuren binnen een termijn van 30 dagen.
Die wettelijke betalingstermijn van 30 dagen kan op drie momenten beginnen lopen:

op de dag volgend op die van de ontvangst van de factuur door de schuldenaar;

als die datum niet vaststaat of als de schuldenaar de factuur eerder ontvangt dan de goederen of de diensten, vanaf de dag volgend op die van de ontvangst van de goederen of de diensten;

als de wet of de overeenkomst voorziet in een procedure voor aanvaarding of controle om na te gaan of de goederen of diensten overeenstemmen met wat de overeenkomst bepaalt, op de dag volgend op die van de aanvaarding of controle, als de schuldenaar de factuur ontvangt vóór of op de datum waarop de aanvaarding of de controle plaatsvindt.

Niets belet u om met uw schuldenaar contractueel een langere (of kortere) betalingstermijn af te spreken. Maar als blijkt dat die termijn “kennelijk onbillijk” is, kan de rechter wel een kortere termijn opleggen. Hij zal rekening houden met de commerciële en financiële belangen.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief