Goedkope leningen aan werknemers en bedrijfsleiders toegekend in 2010

Goedkope leningen aan werknemers en bedrijfsleiders toegekend in 2010

Goedkope leningen die een werknemer ontvangt van zijn werkgever, worden aangemerkt als voordelen van alle aard. Deze voordelen worden als beroepsinkomsten belast in hoofde van de werknemer. Om het bedrag te bepalen dat de werknemer moet aangeven, wordt het voordeel forfaitair vastgesteld op basis van een referentievoet. Deze wordt jaarlijks door de wetgever vastgesteld en is afhankelijk van het type van lening dat verstrekt wordt. De nieuwe referentievoeten voor aanslagjaar 2011 (inkomstenjaar 2010) zijn gepubliceerd.

 Voordeel alle aard voor werknemer

Een renteloze lening of leningen tegen een verlaagde interestvoet die een werknemer ontvangt van zijn werkgever, worden aangemerkt als voordelen van alle aard. Deze voordelen worden als beroepsinkomsten belast in hoofde van de werknemer.
Het belastbaar bedrag wordt bepaald op basis van de reële waarde voor de gebruiker. Voor renteloze en goedkope leningen wordt een forfaitaire waardering gemaakt. Het bedrag dat de werknemer moet aangeven, wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen (i) de referentievoet en (ii) de effectief aangerekende interestvoet. De referentievoet wordt jaarlijks door de wetgever vastgesteld en is afhankelijk van het type van lening.

De referentierentevoeten worden ook toegepast wanneer een bedrijfsleider via de kas of via de rekening-courant geld opneemt van zijn vennootschap. In dit geval bedraagt de rentevoet 9,00% (i.p.v. 10,30% in 2009).

Nieuwe referentierentevoeten

De referentierentevoeten voor de goedkope of renteloze leningen die in de loop van 2010 werden toegestaan, zijn gekend. Ze bedragen:

4,69 % voor hypothecaire leningen, gewaarborgd door een gemengde levensverzekering (5,19 % in 2009);

3,92 % voor andere hypothecaire leningen (4,30 % in 2009);

0,20 % voor leningen ter financiering van een wagen (0,22 % in 2009);

0,30 % voor andere niet-hypothecaire leningen met een vaste looptijd (0,32 % in 2009), en; 

9,00 % voor niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd (kaskredieten en voorschotten op rekening-courant) (10,30 % in 2009). 

Nouvelles

Qui dit CSA pense immédiatement aux nouvelles règles concernant les sociétés. Une SRL sans capital, de nouvelles règles en matière de droit de vote, une nouvelle définition de la société coopérative... Mais pas mal de choses ont également changé pour les administrateurs.

Jusqu’à présent, le taux de TVA réduit de 6 % pour les travaux de transformation ne s’appliquait que si l’habitation N’ÉTAIT PAS démolie entièrement. Il existe depuis près de dix ans une exception à cette règle, qui est toutefois limitée à certaines zones en Belgique (trente-deux au total). Dans ces zones, la démolition et la reconstruction subséquente bénéficient bien du taux de 6 %. Le gouvernement a décidé d’étendre cette exception à tout le territoire de la Belgique.

Le parlement a approuvé mi-novembre une mesure qui doit permettre aux sociétés de se reconstituer des réserves financières après la crise du coronavirus. Si vous maintenez vos bénéfices dans la société, vous ferez rapidement, mais temporairement, une belle économie d'impôts.

Abonnez-vous à notre lettre d'info