Anciënniteitpremie toekennen vanaf 25 jaar dienst

Anciënniteitpremie toekennen vanaf 25 jaar dienst

Een anciënniteitpremie kan belastingvrij toegekend worden bij “ten vroegste” 25 jaar of 35 jaar dienst. De fiscus eist niet langer dat deze wordt toegekend “naar aanleiding van” 25 jaar of 35 jaar dienst. Dat betekent dat een premie die voor de eerste keer wordt toegekend bij 30 jaar dienst ook aan de voorwaarden voldoet. Een nieuwe circulaire bespreekt de anciënniteitpremie als sociaal voordeel bij werknemers.

Anciënniteitpremie is niet belastbaar voor de werknemer

Anciënniteitpremies zijn zogenaamde “sociale voordelen”. Dergelijke sociale voordelen zijn onbelangrijke voordelen die worden toegekend met een sociaal doel of om de werknemersrelaties onderling en met het bedrijf te versterken.

Ze zijn niet belastbaar bij de werknemer en moeten dus niet worden aangegeven. Hiervoor moeten evenmin loonfiches opgemaakt worden.

Voor de werkgever zijn sociale voordelen in principe niet aftrekbare beroepskosten.

Nieuwe voorwaarden voor belastingvrijstelling

De anciënniteitpremie wordt niet belast bij de werknemer wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:

de premie wordt maximum tweemaal tijdens de loopbaan van een werknemer bij een werkgever betaald of toegekend;

de eerste maal wordt de premie betaald of toegekend ten vroegste in het kalenderjaar waarin de werknemer 25 jaar in dienst is bij die werkgever en bedraagt zij maximum één keer het brutobedrag van de maandwedde (vóór aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen);

de tweede maal wordt de premie betaald of toegekend ten vroegste in het kalenderjaar waarin de werknemer 35 jaar in dienst is bij die werkgever en bedraagt zij maximum twee keer het brutobedrag van de maandwedde (vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen).

De fiscus eist dus niet langer dat deze wordt toegekend “naar aanleiding van” 25 jaar of 35 jaar dienst. Dat betekent dat een premie die voor de eerste keer wordt toegekend bij 30 jaar dienst ook aan de voorwaarden voldoet.

Sinds 2009 mag u de anciënniteitpremie ook op een alternatieve manier berekenen. U mag het maximaal vrijgestelde bedrag bepalen in functie van het gemiddeld brutobedrag van een maandloon in uw onderneming.

Tijdens een kalenderjaar mag u de anciënniteitpremies die u tijdens dat jaar toekent telkens op dezelfde manier berekenen. Als u de twee berekeningswijzen gebruikt, dan wordt de premie niet vrijgesteld bij uw werknemers. In dat geval worden de premies belast als loon en moet u het bedrag opnemen op de loonfiches. Als werkgever kan u de premies dan wel aftrekken als beroepskost.

Ook vrijstelling van sociale zekerheid

De anciënniteitpremie wordt ook vrijgesteld van sociale zekerheid. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de fiscale vrijstelling.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief