Buitenlandse zakenreizen : nieuwe tarieven

Buitenlandse zakenreizen : nieuwe tarieven

De vergoedingen die een werkgever terugbetaalt voor een buitenlandse dienstreis, zijn in principe kosten eigen aan de werkgever. Deze zijn bijgevolg niet belastbaar voor de werknemer. De fiscus stelt jaarlijks een lijst op van de bedragen die aanvaard worden per land. Sinds 1 april zijn er nieuwe tarieven van toepassing.

Nieuwe tarieven sinds 1 april 2011

Verblijfskosten voor buitenlandse zakenreizen kunnen binnen bepaalde grenzen belastingvrij terugbetaald worden. De fiscus aanvaardt immers tot een bepaald bedrag forfaitaire vergoedingen als werkelijke kosten voor buitenlandse dienstreizen.

De fiscus heeft nu een lijst van tarieven gepubliceerd die ze aanvaardt voor vergoedingen voor buitenlandse dienstreizen sinds 1 april 2011. Deze bedragen komen overeen met de vergoedingen voor ambtenaren.

Per land wordt één bedrag vastgesteld. Er is geen onderscheid tussen verblijven in de hoofdstad of in de rest van het land. Het bedrag van de vergoeding moet de kosten dekken die tijdens een zakenreis worden gemaakt voor eten, drank, lokaal vervoer en andere kleine uitgaven. Verplaats- en verblijfskosten zijn hier niet inbegrepen. De prijzen van hotelkosten en vliegtickets  moeten dus via bewijzen gestaafd worden om belastingvrij terugbetaald te worden.

We geven hieronder een selectie van vergoedingen per land die aanvaard worden:

Europa
Denemarken: 75 euro
Frankrijk: 95 euro
Duitsland: 93 euro
Ierland: 104 euro
Luxemburg: 92 euro
Nederland: 93 euro
Noorwegen: 95 euro
Polen: 72 euro
Roemenië: 52 euro
Slovakije: 80 euro
Slovenie: 70 euro
Verenigd Koninkrijk: 101 euro
Zweden: 97 euro
Zwitserland: 102 euro

US
Canada: 102 euro
Verenigde Staten: 102 euro

Azië
China: 80 euro
Hong Kong: 97 euro
Rusland: 102 euro
India: 102 euro
Singapore: 102 euro
Thailand: 87 euro

Kosten eigen aan werkgever zijn geen belastbare bezoldigingen

De forfaitaire vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen zijn eigenlijk kosten eigen aan uw werkgever. U heeft deze kosten gedragen voor rekening van uw werkgever en krijgt hiervoor een forfaitaire vergoeding of tussenkomst.

Terugbetalingen van kosten zijn geen belastbare bezoldigingen. U moet deze bedragen dan ook niet aangeven in uw aangifte personenbelasting.

Uw werkgever kan deze forfaitaire vergoedingen aftrekken als beroepskost. Hij moet de vergoedingen vermelden op de loonfiche 281.10 (werknemers) en op fiche 281.20 (bedrijfsleiders).

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief