Nieuwe berekening van sociale bijdragen voor zelfstandigen?

Nieuwe berekening van sociale bijdragen voor zelfstandigen?

Een zelfstandige betaalt vier keer per jaar sociale bijdragen. Die worden berekend op basis van de beroepsinkomsten van drie jaar terug. De bijdragen van 2012 worden dus berekend op basis van de inkomsten behaald in 2009. De regering Di Rupo I wil de berekeningswijze vereenvoudigen.

Door uw sociaal statuut als zelfstandige betaalt u om de drie maanden bijdragen aan uw sociaal verzekeringsfonds. Die bijdragen geven recht op kinderbijslag, geneeskundige verzorging, pensioen, verzekering bij faillissement, enz. Hoeveel u moet betalen, hangt af van uw hoedanigheid. Zelfstandigen in bijberoep betalen minder sociale bijdragen dan zelfstandigen in hoofdberoep. Voor een gepensioneerde of een meewerkende echtgeno(o)t(e) gelden bijzondere bijdragepercentages. Startende zelfstandigen betalen voorlopige bijdragen.

Sociale bijdragen voor 2012

Voor de berekening van de sociale bijdragen voor 2012 vertrekt men van het beroepsinkomen van 2009. Dit inkomen wordt eerst geïndexeerd met 9,50350%.
Op dit geïndexeerde inkomen past men het bijdragepercentage toe. Het resultaat zijn de wettelijke sociale bijdragen. Die bijdragen worden dan nog verhoogd met het beheerskostenpercentage van het sociaal verzekeringsfonds. Dit percentage verschilt per fonds.

Een zelfstandige in hoofdberoep betaalt vanaf het vierde volledige bijdragejaar een minimumbijdrage van 692,86 euro per kwartaal. Die bijdrage komt overeen met een inkomen van 12.597,43 euro. Als het geïndexeerd beroepsinkomen hoger is, is de sociale bijdrage uiteraard ook hoger.

Voor beginnende zelfstandigen kan men geen drie jaar terug gaan daarom betalen ze in de aanloopperiode voorlopige bijdragen. Die voorlopige bijdragen bedragen gedurende de eerste drie kalenderjaren 645,62 euro per kwartaal in het eerste jaar; 661,37 euro in het tweede jaar en 677,11 euro in het derde jaar. De voorlopige bijdragen worden daarna geregulariseerd. Beginnende zelfstandigen kunnen ook meer betalen dan de minimumbijdragen. Zo vermijden ze regularisatiebijdragen en verhogen ze de fiscaal aftrekbare kosten in de startjaren. Zelfstandigen in bijberoep moeten geen definitieve sociale bijdragen betalen als het netto referte-inkomen lager ligt dan een bepaald jaarbedrag ("vrijstellingsdrempel").

Verhoging bijdragen

Het bedrag van de sociale bijdragen moet uiterlijk de laatste dag van het kwartaal (maart, juni, september en december) op de rekening van uw sociaal verzekeringsfonds staan. Door de zogenaamde valutadagen van de banken, betaalt u best op tijd. Wie te laat betaalt, wordt een verhoging van 3% per kwartaal aangerekend. Zolang de bijdrage niet volledig is betaald, wordt bij het verstrijken van elk volgend kwartaal, de verhoging opnieuw toegepast. Bovenop de verhoging komt een eenmalige bijkomende verhoging van 7% op het einde van het jaar.

Nieuwe berekening sociale bijdragen?

De vorige regering wilde een systeem invoeren waarbij de sociale bijdragen worden berekend op basis van de inkomsten van het lopende jaar. De sociale bijdragen die eind maart 2012 moeten worden betaald, zouden dan worden berekend op een geschat inkomen voor het volledige jaar 2012 en eventueel achteraf herzien.
Het regeerakkoord van Di Rupo I behoudt het huidige systeem waarbij de sociale bijdragen worden berekend op basis van het inkomen van drie jaar terug. Maar op initiatief van minister van Middenstand, Kmo's, Zelfstandigen en Landbouw Sabine Laruelle is wel een comité voor de hervorming opgericht. In dit comité zetelen kabinetsleden, vertegenwoordigers van de belangrijkste interprofessionele zelfstandigenorganisaties, sociaal verzekeringsfondsen en administraties, en vertegenwoordigers van de cijferberoepen. Zij moeten aantonen dat een hervorming en een vereenvoudiging van de berekeningswijze van de sociale bijdragen voor zelfstandigen haalbaar is. Die studies moeten rond zijn begin 2014. Wordt dus vervolgd.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief