Een lening toestaan aan een werknemer: fiscale en sociale valkuilen

Een personeelslid dat in de financiële problemen zit een lening geven? Dat kan. Maar om zowel uzelf, als uw werknemer te beschermen, moet u wel voorzichtig te werk gaan. Zo'n verrichting heeft immers gevolgen op fiscaal en sociaal vlak. Wij wijzen u op mogelijke valkuilen.

Fiscaal: een voordeel van alle aard voor de werknemer

Als u een personeelslid een renteloze lening geeft, of een lening tegen een lage rentevoet (lager  dan de marktrente), dan geeft u hem of haar een voordeel. Dit voordeel wordt beschouwd als een belastbaar voordeel van alle aard. U geeft de lening immers enkel (aan die gunstige voorwaarden), omdat de persoon in kwestie uw werknemer is. Het voordeel van alle aard maakt deel uit van het beroepsinkomen van de werknemer en is bij hem dan ook belastbaar.

Het voordeel is gelijk aan het verschil tussen (1) de rentevoet die u effectief aanrekent aan uw personeelslid en (2) de referentierentevoet. Als de aangerekende rente gelijk is aan (of hoger dan) de referentierentevoet, is er niet langer sprake van een voordeel van alle aard, want dan doet de werknemer zelfs geen voordeel en kan hij beter elders een lening vragen.

Die referentierentevoet wordt jaarlijks in een wet bepaald en verschilt naar gelang het soort lening, bv. hypothecair of niet-hypothecair. Voor leningen die aangegaan worden om een wagen aan te kopen, geldt er een bijzondere referentierentevoet. Praktisch probleem hierbij is dat de referentierentevoeten pas in het begin van volgend jaar in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd. De referentierentevoeten voor 2014 verschijnen dus pas in januari 2015. Heeft u in 2014 een (renteloze) lening toegestaan aan een personeelslid, dan kan u nu pas het voordeel van alle aard precies gaan berekenen. U kan dat oplossen door voorlopig de referentierentevoet van 2013 te gebruiken en dit te corrigeren eens u de juiste rentevoeten kent.

Op de precieze berekening van het voordeel gaan we niet verder in.

De werknemer moet op het voordeel belasting betalen aan het gewone progressieve tarief (dat kan dus al snel oplopen tot 45 à 50 %).

Maar ook als werkgever heeft u nog fiscale verplichtingen. U moet uiteraard bedrijfsvoorheffing inhouden (zoals bij alle bezoldigingen). Daarnaast moet u het voordeel op een individuele fiche vermelden.

Sociaal: bijdragen RSZ op het voordeel

Ook voor de sociale zekerheid wordt het geven van een lening aan gunstig tarief, beschouwd als een voordeel waarop socialezekerheidsbijdragen op moeten worden betaald.

De werknemersbijdrage bedraagt 13,07% op dit voordeel.

Nieuws

Eén van de belangrijke hervormingen uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de zogenaamde dubbele uitkeringstest. BV’s en CV’s mogen enkel nog maar dividenden uitkeren als de netto-actieftest en de liquiditeitstest een positief resultaat geven. Voor NV’s geldt enkel de netto-actieftest.

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief