Co-ouderschap: een goede fiscale regeling?

Bij co-ouderschap verdelen gescheiden ouders de zorg over hun kinderen. De ouders maken niet langer deel uit van hetzelfde gezin, maar zorgen wel beide evenveel voor hun gemeenschappelijke kinderen. De kinderen verblijven de ene week bij de ene ouder, de andere week bij de andere ouder. Daarnaast kunnen de ouders ook fiscaal voor co-ouderschap kiezen: ze hebben dan allebei recht op de helft van de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste. Ze kunnen met andere woorden de kinderen elk voor de helft aftrekken.

Verhoging van de belastingvrije som

Kinderen die op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige geven recht op de verhoging van de belastingvrije som. Hoe meer kinderen een belastingplichtige heeft, hoe hoger zijn belastingvrije som wordt.

Voor aanslagjaar 2016 gelden de volgende bedragen

één kind: 1.510,00 EUR;

twee kinderen: 3.880,00 EUR;

drie kinderen: 8.700,00 EUR;

vier kinderen: 14.060,00 EUR;

meer dan vier kinderen (supplement per kind): 5.370,00 EUR.

Als de ouders uit elkaar gaan

Als de ouders uit elkaar gaan, ontstaat er een probleem. De verhoging voor de kinderen kan natuurlijk niet volledig aan beide ouders worden toegekend.

In feite hebben gescheiden ouders (hiermee bedoelen we zowel ex-echtgenoten, als wettelijk of feitelijk samenwonende partners die uit elkaar gaan) twee mogelijkheden: de ene partner kan de andere onderhoudsgeld betalen voor de kinderen, of ze kunnen opteren voor fiscaal co-ouderschap.

Onderhoudsgeld betalen

Deze keuze is vooral bedoeld voor de situatie waarbij de kinderen hoofdzakelijk bij één van beide partners verblijven en de andere ouder onderhoudsgeld betaalt voor de kinderen:

de ouder waar de kinderen meestal bij verblijven, heeft dan recht op de verhoging van de belastingvrije som;

ook ouder die het onderhoudsgeld betaalt, krijgt een fiscaal voordeel: hij mag 80 % van de werkelijk betaalde onderhoudsgelden aftrekken van zijn belastbaar inkomen (80 % deze onderhoudsgelden worden belast bij de ontvanger: in dit geval de kinderen, wat er meestal toe leidt dat zij er geen belasting op betalen, aangezien ze onder de belastingvrije som blijven).

Voorbeeld

Johan en Marianne gaan uit elkaar. Ze hebben samen twee kinderen. Johan betaalt 700 EUR per maand onderhoudsgeld. Dat is 8.400 EUR per jaar. Hij mag hiervan 80 % ( = 6.720  EUR) aftrekken van zijn belastbaar inkomen.

Fiscaal co-ouderschap

Als de ouders kiezen voor fiscaal co-ouderschap oefenen ze samen het ouderlijk gezag uit en wordt de huisvesting van de kinderen gelijk verdeeld. Dat de huisvesting gelijk wordt verdeeld moet blijken uit een geschrift, bv. een door een rechter gehomologeerde overeenkomst (bij echtscheiding door onderlinge toestemming) of een rechterlijke beslissing.
Fiscaal heeft dit tot gevolg dat ze de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste gelijk onder elkaar mogen verdelen. Ook de eventuele extra verhoging voor kinderen onder de drie jaar wordt gelijk verdeeld. Bovendien zijn beide ouders door de scheiding alleenstaande geworden, waardoor ze allebei recht hebben op de bijkomende verhoging voor alleenstaanden met kinderen ten laste.

Voorbeeld

Erwin en Linda gaan uit elkaar. Ze hebben drie kinderen ten laste. Ze kiezen voor co-ouderschap. Geen van beide betaalt onderhoudsgeld.

Ze hebben elk recht op de helft van 8.700 EUR verhoging van de belastingvrije som. Daar komt bovenop 1.510 EUR omdat ze alleenstaande ouder met kinderen ten laste zijn. Voor elk van hen bedraagt de belastingvrije som voor aanslagjaar 2016:

7.090 EUR (basis) + 4.350 EUR (helft van verhoging voor kinderen ten laste) + 1.510 EUR (verhoging alleenstaande met kinderen) = 12.950 EUR.

Om te weten wat er in uw persoonlijke situatie het interessantste is, moet er met alle concrete omstandigheden rekening worden gehouden.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief